Van Morrison - Duets: Re-working the catalogue   (Waardering Muziekwereld) 8

Hij is de laatste van een generatie. Althans, de laatste die nog actief is in de muziekindustrie. Terwijl alle andere bekende crooners uit het midden van de vorige eeuw niet meer in ons midden zijn, levert Van Morrison gewoon nog een nieuw album af. Zijn album "Duets: Re-Working The Catalogue" is – de titel laat het zich al raden – de opvolger van "Born to Sing: No plan B" dat in 2012 verscheen. Dit album verscheen na een bezinningsperiode van vier jaar, een periode die misschien wel gerechtvaardigd was, want zijn toen drie vorige studioproducties waren immers eerder routineus en ongeïnspireerd. Maar "Born to Sing: No plan B" was wederom vintage Morrison. Niet dat hij nieuwe muzikale wegen inslaat, maar de cd klinkt in elk geval meer doorleefd dan we van hem gewend waren. Het was voor ons dan ook weer met ongeduld uitkijken naar een nieuwe cd van deze Noord-Ierse artiest.

Het vijfendertigste studioalbum van Van The Man heet dus "Duets: Re-Working The Catalogue". In theorie zou dit een vrij saaie propositie zijn, wat alleen maar suggereert naar een artistieke of commerciële impasse: zestien duetten met een keur aan gastzangers, toch drukken we de 69-jarige Ierse brompot aan de borst met "Duets". Zelden wordt zo'n duettenplaat meer dan een krampachtige herwerking van 'greatest hits' met collega's die even naast hun idool willen staan. "Duets" is anders: Morrison kiest vooral vergeten parels uit zijn indrukwekkende catalogus en de partners zijn met zorg gekozen, o.a. de vorig jaar overleden Bobby Womack, Mark Knopfler, Steve Winwood en zijn dochter Shana Morrison zingen mee op het album.

"Duets" werd geproduced door Don Was en Bob Rock, waarvoor Morrison maar liefst 16 nummers de moeite achtte om te herdoen, nieuwe versies van minder bekende songs uit zijn lange carrière, waarvan de eerste single, de versie van "Real Real Gone" uit 1990, nu in duet met Michael Bublé veruit het meest bekende is. Dit duet met Michael Bublé is dan ook terecht de vooruitgeschoven single. Alle andere nummers zijn kennersmateriaal, het oudste, "If I Ever Needed Someone", dateert uit 1970 (uit zijn derde album 'Moondance'), het jongste, "Born to Sing", komt uit vorige album "Born to Sing: No plan B". Opvallend is dat de meeste nummers niet drastisch afwijken van de originele versies, maar de gastvocalen maken veel goed, zoals op "Some Peace of Mind" met de onlangs overleden Bobby Womack en "Fire In The Belly" met Steve Winwood. Het meest opvallend bij de guest appearances zijn misschien wel de bijna vergeten PJ Proby, hij zingt zelf het nummer "Whatever happened to PJ Proby" dat Morrison in 2002 voor het album "Down the Road" opnam en het duet "Rough Goes Riding" met zijn dochter Shana, intussen ook al 44, maar is meestal als achtergrondzangeres te horen in het orkest van haar vader. Ander hoogtepunt dat we zeker willen vermelden is het duet "The Eternal Kansas City" met Gregory Porter.

Het moet niet eenvoudig geweest zijn om de tracklist van deze plaat te definiëren, want de afgelopen jaren schreef Van Morrison zo'n 360 nummers bij elkaar. Nieuwe meesterwerken krijgt de fan niet meer van onze Belfast cowboy. Maar Van Morrison zou Van Morrison niet zijn mocht hij deze duetten niet bijzonder smaakvol doen, hetgeen hij zoals steeds wederom met stijl en zeer mooi doet.

Bron: www.rootstime.be

Deeplink: http://www.rootstime.be/CD%20REVIEUW/2015/APR1/CD18.html

 

Gepubliceerd op Muziekwereld: 7 mei 2015

Listen tracks

Video

Website

 

Terug naar Hoofdindex