Shemekia Copeland - Outskirts of love   (Waardering Muziekwereld)

Shemekia Copeland - Outskirts of love

Het verhaal van Johnny Copeland is een beetje een tragiek. Al vanaf 1956 nam deze blueszanger en gitarist plaatjes op, maar echt commercieel succes genereerde dat niet. Wel veel toeren, Johnny Copeland toerde in de jaren '60 en '70 intensief, en toen hij in '79 besloot naar New York te verhuizen, omdat de muziekscène zich daar vanwege de disco had geconcentreerd, begon voor hem het succes. Via het Rounder label bracht hij diverse platen uit, waarvan het album "Showdown" met Robert Cray en Albert Collins een Grammy won. Het was jammer dat toen zijn ster rijzende was, zijn gezondheid faalde. Johnny werd hartpatient en overleed uiteindelijk op 60-jarige leeftijd na complicaties van een harttransplantatie op 3 juli 1997. In de laatste jaren van zijn toeren nam hij zijn 16-jarige dochter Shamekia mee als voorprogramma. 

Deze uit Harlem afkomstige Shamekia had duidelijk de genen van vaders kant. In het jaar dat haar vader stierf, studeerde zij af, en een jaar later had ze haar eerste platencontract getekend bij Alligator Records. In hetzelfde jaar debuteerde ze met "Turn The Heat Up" (1997). In 2000 werd "Wicked" uitgebracht, met daarop onder andere een duet met Ruth Brown, haar idool. Dr, John produceerde haar derde album "Talking To Strangers" en met het album "The Soul Truth" (2005), leverde ze de sterkste van haar vier cd's voor Alligator af. Dit album werd geproduceerd door de legendarische gitarist van onder andere. Booker T  & The MG's en de Blues Brothers Band, Steve Cropper. In 2008 tekende ze bij Telarc International waar ze in 2009 haar album "Never Going Back" uitbracht. Met dat album won ze de "Rising Star - Blues Artist" Award van het Downbeat Magazine. Maar de grootste eer kreeg ze misschien wel op het Chicago Blues Festival in 2011 toen ze uit de handen van de dochter van Coco Taylor de kroon "Queen of the Blues" kreeg. Toen ze drie jaar later het album "33 1/3" bij hetzelfde label uitbracht, was dit mogelijk om haar toekomstige leeftijd te alluderen vermits zij geboren is op 10 april 1979. Oliver Wood produceerde het album en begeleidt Shemekia op gitaar. En Buddy Guy, die al lang met Shemekia sympathiseerde, is op één nummer gastmuzikant.

Bij het Alligator label verscheen nu haar nieuwste album, "Outskirts Of Love", in een passende productie van John Hahn, die niet alleen haar producer is maar ook manager en songwriter, want een derde van de nummers zijn originelen, mede geschreven door Hahn en gitarist Oliver Wood, die we kennen van het akoestische combo the Wood Brothers. Wederom heeft Copeland een uitstekende musicerende band rond haar, waarin we buiten de leiding gevende Oliver Wood op gitaar (en backing vocals op een aantal tracks) ook gastmuzikanten als Billy Gibbons, Robert Randolph, Alvin Youngblood Hart en Will Kimbrough terugvinden. En gezamenlijk kruisen zij op deze nieuwe plaat de blues met New Orleans-funk, soul, gospel, en leggen twaalf nummers lang een vaste fundering voor Copeland’s indrukwekkende stem. Shemekia Copeland zingt de blues in shouters-traditie, maar meer dan op haar vorige cd’s rekt ze muzikaal de grenzen van het genre op door haar blues met rock, funk, soul en gospel te mengen. Copeland is met haar imponerende, soulvolle zang ook voor rootsy popliefhebbers interessant, ook omdat toon en volume kracht uitstralen. Haar thematiek blijft bluesy, maar ze kiest daarbij voor een zelfbewuste invalshoek: soms is ze humoristisch, terwijl ze ook duidelijke wraakgevoelens onder woorden brengt. Op die manier geeft ze op smachtende wijze een heel eigen, licht onheilspellende invulling aan het modieuze begrip Girlpower. Vooral in de op funk geïnspireerde nummers is die ook hoorbaar in haar intonatie en timing: ze heeft duidelijk plezier in de verbreding van haar roots. Omdat datzelfde geldt voor de muzikanten achter haar, levert dat een prachtige combinatie op.

De bluesy titeltrack "Outskirts Of Love", met naast Oliver Wood ook Will Kimbrough op gitaar, dat als opener fungeert, zet meteen de toon waarvan de rest van het uur nauwelijks meer vanaf wordt geweken, behalve dan in de welkome ballades -  als onder andere "I Feel A Sin Coming On", dat we ook kennen in een Solomon Burke's versie, maar dan wel meer countrygericht - die de broeierige funk aangenaam onderbreken tot aan de afsluiter, het gospel getinte "Lord Help The Poor And Needy" van North Mississippi blues heldin Jessie Mae Hemphill, met wederom mooi gitaarwerk van Wood. Naast hun originelen "Crossbone Beach", "Cardboard Box" en de reeds genoemde titeltrack, bluessongs die gaan over werkende mensen die steeds geconfronteerd worden met hedendaagse  onrechtvaardigheden, valstrikken en hypocrisie in Amerika, is er ook plaats voor een aantal covers die over deze thema's gaan, zoals Sonny Terry & Brownie McGhee's "The Battle Is Over (But The War Goes On)" en in een bredere manier, het vroege ZZ Top nummer "Jesus Just Left Chicago", met hier in dit nummer Billy Gibbons als gitarist. Copeland benadrukt nog eens hoeveel vocale mogelijkheden ze heeft in haar vaders "Devil's Hand" en Albert King's "Wrapped Up In Love Again" en dat ze ook een meer counrygericht nummer als "Drivin' Out Of Nashville" best aan kan. Copeland sluipt tevens ook in de wereld van de singer-songwriter door een zwoele versie te brengen van Jesse Winchester 's "Isn't That So", waarin ze zelfs een vleugje New Orleans weet toe te voegen,  maar ook een meer rock- klassieker als Creedence Clearwater Revival's "Long As I Can See The Light" weet ze met veel verve te brengen. Met dit album lijkt Shemekia een formule te hebben gevonden waarmee ze niet alleen naar haar vroegere Alligator label terugkeert, maar ook naar haar blues roots. Als Shemekia Copeland de juiste mensen rondom zich kan verzamelen, is ze de enige ware opvolgster van Aretha Franklin, in haar beste periode. Voor ons is ze alvast de nieuwe Queen of the Blues!

Bron: www.rootstime.be

 

Gepubliceerd op Muziekwereld: 12 november 2015

Listen tracks

Video

Website

 

Terug naar Hoofdindex