U2 - No line on the horizon (Waardering Muziekwereld) 10

De voortekenen waren niet gunstig. Een reeds volledig voltooid album dat in de vuilnisbak verdween, geruchten over nieuwe vrijages met trance en dance…. We zouden toch niet weer getrakteerd worden op zo’n moeizaam gewrocht U2-album waarop men er alles aan deed om toch maar vooral niet als U2 te klinken? Maar wat ook de reden voor het lange oponthoud is geweest, de bijna vijf jaar waarin we hebben moeten wachten op de opvolger van How To Dismantle An Atomic Bomb zijn niet aan geforceerd gefreak verspild. No Line On The Horizon is een werkstuk van waarlijk grootse allure en laat bovendien een band horen die zichzelf opnieuw heeft ontdekt. Belangrijker: een band die eindelijk geaccepteerd heeft dat er ooit een onvervreemdbaar eigen geluid is gepatenteerd en dat het onzinnig is dat te ontkennen. Of dat zelfs maar te willen. Niet sinds The Joshua Tree heeft het spel van ‘The Edge’ zo’n resonantie gehad en niet sinds October is het zo onbeschaamd jubelend, ja uitgesproken romantisch geweest (Moment Of Surrender, The Magnificent). Het door zoemende baslijnen voortgedreven titelnummer en de single Get On Your Boots klinken dan weer als blakende nakomelingen van Vertigo en Mofo. En wie Bono als zanger afgeschreven had, zal moeten erkennen dat hij in tijden niet zo gepassioneerd heeft geklonken. White As Snow, een in wezen gemuteerde folkballad, met van zichzelf al een wonderschone melodie, wordt ook nog eens hartbrekend mooi gezongen. Zelfs in eerste instantie als mindere broeders te kwalificeren tracks monden vaak uit in crescendo’s, die als een euforische omhelzing aanvoelen. Waarmee we tevens bij de overheersende thematiek aanbelanden. Overgave, hartstocht, ‘the love divine’ – minstens de helft van No Line On The Horzion laat zich beluisteren als een lofzang op de religie der liefde. ‘Stand up for your love!’, verordent Bono ons in Stand Up Comedy. De toon laat er geen twijfel over bestaan dat er echt iets op het spel staat. Een album dat zindert van persoonlijke betrokkenheid dus. En dat terwijl we op basis van de nuchtere feiten hadden mogen verwachten dat dit juist U2’s minst ‘eigen’ album zou worden. Voor het eerst delen producers Brian Eno en Daniel Lanois namelijk de auteurscredits en alle songs zijn geschreven vanuit de belevingswereld van vijf fictieve personages. De door Anton Corbijn geschoten en onder de titel Linear verzamelde ‘moving images’, waartoe de digipack-editie van de cd toegang verschaft, adopteren het perspectief van één van hen: een motoragent van Noord-Afrikaanse origine in Parijs. Maar het is eerder alsof het voertuig van de fictie de groep paradoxaal dichter tot zichzelf heeft gebracht. Ze hebben wel een godsgruwelijk lange omweg bereisd om tot dit punt te geraken.
Laten we die route eens in vogelvlucht traceren. Wat in beschouwingen over het kwartet vreemd genoeg zelden wordt belicht, is de mate waarin Bono’s toenemende bemoeienissen met de wereldpolitiek samenvielen met de muzikale transformaties die de groep zichzelf oplegde. En beide ontwikkelingen vonden hun oorsprong in hetzelfde punt: het moment waarop de band besefte niet langer zomaar een band te zijn, maar een heus Fenomeen – een culturele entiteit van formaat. Het was of men zich vanaf dat moment gedwongen voelde om verantwoording voor de immense populariteit af te leggen. Het werd bijna een vorm van boetedoening. U2 wekte de indruk van een band in conflict met zichzelf én met de publieke perceptie van wat U2 was. Gewoon een nieuw album maken was er niet meer bij, want de wereld keek mee. De groep legde bijna een pathologische angst aan de dag om voorspelbaar te worden, dus de populaire gebleken elementen werden soms aan een grondige evaluatie onderworpen. Vonden wij de galm op de gitaar van ‘The Edge’ zo mooi? Dan zullen we die jullie nu eens lekker onthouden! Zodra men wist wat het volk wilde horen, werd het op rantsoen gesteld. Moedig, zeker. Maar het had ook iets moedwilligs. Ieder nieuw experiment was als een excuus voor de galm van weleer: sorry dat we zulke majestueuze muziek maakten, we zullen het niet meer doen!
Veel fans van het eerste uur beschouwen The Joshua Tree (1987) als het laatste album van ‘hun U2’. En ze bedoelen daarmee stiekem ‘het echte U2’ – of als ze op basis van de eerste vijf albums als zodanig waren gaan koesteren. Daar had de groep terecht geen boodschap aan, want iedere artiest moet vrij zijn zich in welke richting dan ook te ontwikkelen. Maar dat proces kreeg bij U2 gaandeweg iets krampachtigs. Achtung Baby (1991) was een fascinerend overgangsalbum, maar op Zaroopa (1993) en Pop (1997) omarmde men blindelings het postmodernisme. Hongerig werden de vermeende geneugten van dance, trance en glitterkitch geëxploiteerd. Bono bleek daarbij niet te beseffen dat zijn eindeloze getheoretiseer in interviews over de heerlijkheid van consumptiepop per definitie bewees dat hij zich er nooit onbekommerd of overtuigend aan zou kunnen laven – daarvoor had hij er alweer veel te veel over nagedacht. Pop was niet het product van een band die de schaamte voorbij was en zich nu overleverde aan de bevrijdende vulgariteit van de wegwerpcultuur. Welnee, ‘pop’ was een conceptuele keuze: U2 Goes Pop! Tegen de tijd dat men in Beautiful Day (2000) weer het eigen geluid van stal haalde, was dat zoiets opzienbarends geworden dat bijna iedere recensie van All That You Can’t Leave Behind met de verheugde constatering ervan opende. Maar vergis je niet, ook Beautiful Day was een afleidingsmanoeuvre, zij het een verdraaid mooie: U2 Goes U2! Bono c.s. waren verworden tot verstokte conceptualisten die iedere volgende zet als een grootschaakmeester reeds van tevoren hadden doorberekend. Sterker nog, iedere koerswijziging wérd een concept. Wat dat betreft vertoont het carrièreverloop van U2 opvallende overeenkomsten met dat van REM, een groep die opeens ook met een ‘punkalbum’ kwam. Wat No Line On The Horizon mede tot zo’n behartigenswaardig geheel maakt, is dat de opgelegde spielerei uit de voorbije jaren nu toch nut blijkt te hebben gehad. De ooit als wezensvreemd ervaren elementen – inclusief heipalende dansbeat – zijn ditmaal volkomen organisch en op artistiek vruchtbare wijze verweven met de rest en doen tegelijkertijd het vertouwde basisgeluid des te glorieuzer in reliëf schieten. Ja er gloren weer prachtige dingen aan de U2-horizon.
4 april 2009