Sean Costello - Sean Costello ***½

Hoewel Sean Costello al jaren meedraait in de scene, alom erkend wordt als één van de beste gitaristen uit de huidige lichting en al drie platen op zijn CV heeft staan, is hij nog altijd maar 25. Costello begon met gitaar spelen op zijn negende, en ontdekte al gauw Led Zeppelin, Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan, maar het was de rauwe blues van Howlin’ Wolf die zijn leven veranderde. Opener No Half Steppin’ van zijn titelloze nieuwe album was nog geen drie seconden onderweg of ik ging al eens kijken op de hoesgegevens of het geen song van Robert Ward was. Nietes, weldegelijk een Costello-stukje en zeer goed ook, in elk geval beter dan de cover van Peace Of Mind, wel van Ward. Hetgeen meteen de strekking van de cd zo’n beetje blootgeeft: Sean laveert op deze plaat tussen de blues met rockkantjes en de soul, of kan ik het misschien maar beter meteen bluessoul noemen. De covers van Al Greens I’m A Ram en Johnnie Taylors Hold On This Time zitten natuurlijk helemaal in dat straatje alhoewel de laatste een ferme dosis blues krijgt toegevoegd. Ook de eigen songs She Changed My Mind en zeker Take It Easy en afsluiter Don’t Pass Me By bevatten een meer dan gemiddeld gehalte aan soul, muzikaal dan wel, want Seans zang is niet echt soulvol te noemen. Het iets scherpere werk moeten we gaan zoeken bij het bijna rockende I’ve Got To Ride, het traag onheilspellende Father en de versie van Tommy Johnsons Big Road Blues met Paul Lindens mondharmonicawerk. Verder nog een redelijke cover van Dylans Simple Twist Of Fate en een zeer goede interpretatie van Johnny ‘Guitar’ Watsons I Get A Feeling, tegelijkertijd loom en funky, en een Sean die er zich zeer goed bij voelt. Wat hij echter probeert te bewijzen met All I Can Do is me een raadsel. Een poging tot croonen? Aansluiting vinden bij gasten als Jamie Cullum? Op zich is het zeker geen slechte song, maar het past gewoon niet bij costello. Rest me nog te vermelden dat Sean, met uitzondering van een paar scherpe uithalen, z’n gitaarexploten tot het strikt nodige houdt, met het oog op de songs. In navolging van Cuttin’ In en Moanin’ For Molasses levert Costello weer een vrij geslaagde plaat af, maar z’n beste moet hij volgens mij nog maken.
25 februari 2005