Portishead - Third (Waardering Muziekwereld) 9½

Sinds het verschijnen eind april is al veel beschreven hoe anders dit derde Portishead-album, hun eerste sinds 1997, zou klinken vergeleken met vroeger. Eerlijk gezegd valt dat eigenlijk reuze mee. De meer industriële elementen van het Portishead-geluid staan iets meer op de voorgrond, maar die hebben er altijd in gezeten en juist de wisselwerking tussen dat kil-futuristische geluidsdecor en de snijdend emotionele stem van zangeres Beth Gibbons zorgde dat de groep in het triphoplandschap een aparte plaats innam. Dat die illusie van dat andere geluid niettemin toch is ontstaan, komt doordat in alle jaren dat Portishead niet actief was triphop als genre verwerd tot een soort luxe achtergrondmuziek voor in de lounge en al zeker zeven, acht jaar geen relevant album meer opleverde. Vergeleken met dat soort muziek is Third inderdaad een schokkend album, maar wie nog eens het titelloze tweede Portishead-album draait, hoort eigenlijk gewoon een direct verband. De reden dat deze nieuwe tien jaar op zich liet wachten is niet dat ze zichzelf opnieuw moesten uitvinden. Dat wil niet zeggen dat de lange pauze geen nut heeft gehad, juist door de teloorgang van het genre dat ze ooit meehielpen vormgeven, hebben ze alle tijd genomen hun eigen rol en plek daarbinnen te bepalen en af te bakenen, met dit magistrale Third als eindresultaat. Een album dat afstand neemt van alle mooimakerij waaraan triphop ten onder is gegaan en die consequent vervangt door een emotionele directheid en eerlijkheid zoals we die kennen van een groep als Joy Division. Het levert een verbluffende vijftig minuten muziek op, misschien niet meteen mooi in conventionele zin, wel heel indrukwekkend en indringend, die daardoor een schoonheid verwerft, veel dieper dan de buitenkant.
Gepubliceerd op Muziekwereld: 14 augustus 2008