Kate McDonnell - Where the mangoes are ***½ (CD-Baby)

“Stop doing that, you’re giving me a headache!” liet folkgitaarvirtuoos Leo Kottke zich ooit ontvallen toen hij Kate McDonnell aan het werk zag. Dat was zijn manier om uit te drukken dat hij in grenzeloze bewondering stond voor de wat aparte wijze waarop de rechtshandige McDonnell haar omgekeerd besnaarde akoestische gitaar linkshandig betokkelde. De uit Baltimore afkomstige artieste is echter zoveel meer dan een curiosum voor gitaarfreaks. Het bewijs voor die stelling levert ze andermaal op haar vierde cd “Where The Mangoes Are”. Tien van de twaalf nummers op dat album schreef ze immers zelf of met Anne Lindley. De overige twee zijn een van lentefris pick- en harmonicawerk voorziene akoestische bluesversie van de traditional “Railroad Bill” en een adembenemend mooie lezing van Steve Earle’s “Goodbye Song”. Met dat laatste liedje bezorgt McDonnell je met haar kristalheldere sopraanstem kippenvel over je gehele lijf. Van de eigen songs vallen verder vooral de zwierige road song “Tumbleweed”, het volop naar airplay lonkende folkpopdeuntje “Hey Joe”, het atmosferische “Mercy” en de ingetogen Americana van het door respectievelijk Mindy Jostyn en Scott Petito van een accordeon- en een mandobijdrage voorziene “Luis” en afsluiter “Softhearted Girl” op. Als geheel laat “Where The Mangoes Are” zich vooral aanbevelen aan de liefhebbers van Nanci Griffith, Mary McCaslin en aanverwanten.
6 maart 2005