Jenni Muldaur - Dearest darlin'  (Waardering Muziekwereld) 8

Jenni Muldaur - Dearest darlin'

De naam Muldaur doet ongetwijfeld een belletje rinkelen bij de ietwat oudere muziekfan. Ooit waren Geoff & Maria Muldaur één van de bekendste en meest gerespecteerde muzikale echtparen uit de States. Op een ongetwijfeld zwoele nacht in een woestijntent ('Midnight At The Oasis') werd Jenni Muldaur verwekt. De ouders gingen elk hun eigen weg, waarbij Maria de achternaam van haar ex behield. Het zat duidelijk in de genen: Jenni erfde het talent van haar ouders en stortte zich, een poos geleden al, in de zangwereld. Liever dan een eigen loopbaan te ambiëren werd ze een typische 'singer's singer', zingend voor wie een goeie backing of tweede stem nodig had. Dat heeft haar geen windeieren gelegd: ze werkte in de loop van de jaren samen met heel wat zangstemmen, die zoniet haar vrienden, dan toch pleitbezorgers werden van haar vocale kunnen. Het begon toen ze twintig was, bij Todd Rundgren. Intussen is ze de evenknie van schone mensen als Linda Thompson, Teddy Thompson, Loudon, Martha én Rufus Wainwright, Joseph Arthur, maar ook Lou Reed, David Byrne, Eric Clapton, John Cale, Marianne Faithful en zelfs Walter Becker & Donald Fagen, alias Steely Dan, kennen haar pivé mobiel nummer. Uiteindelijk wou ze toch ook haar eigen ei leggen en nu is hier 'Dearest Darlin'', een dot van een plaat voor wie gevarieerde en knappe songs graag gekoppeld hoort aan een stem die 'alles' aankan. Ze refereert nu eens aan Brenda Lee of Lulu (uit de 'Shout' periode), dan weer aan Amy Whinehouse of Duffy, maar niet aan de ronde, smeuïge stem van mama. We zouden ze nog liefst vergelijken met Carmel, die ook zo scherp kan uithalen. In elk geval: aan haar techniek zal het niet liggen. Ook niet aan de verrassende songkeuze. Ronduit onbekende soul en de R&B songs (op misschien een 'Lost Someone' van James Brown na?) van de fifties en sixties vormen de nucleus van de songs (er is uit die periode nog een schat aan vergeten songmateriaal!), maar er zit ook een eigen nummer in (afsluiter/slaapliedje 'Comatose Town') en een work song ontdekt via een veldopname in Alabama uiteraard door de legendarische Alan Lomax ('Hopali') De titelsong is een zeldzaam voor-iemand-anders-dan-hemzelf-liefdesliedje van Bo Diddley uit 1957 (let op die beat!) en Jenni krijgt hier vocaal steun van Joseph Arthur. De songs werden stijlvast opgenomen in een productie die Jenni goed op de voorgrond plaatst. Nog een (helaas tragisch) weetje: bij deze opnames was de betreurde, net geen 29 geworden Sean Costello de gitarist. Dat mag de vreugde die deze plaat opwekt niet drukken. Zou die lieve Sean het nooit gewild hebben.

Bron: http://www.bobtjeblues.com

Record labels: Dandelion Music
Website: Jenni Muldaur
Website: Dandelion Music
E-mail: jenni@jennimuldaur.com

 

Gepubliceerd op Muziekwereld: 16 oktober 2009

Tracks en Credits

Terug naar Hoofdindex

Free counter and web stats