Erykah Badu - Mama's gun  ****½  (Re-play)

Erykah Badu - Mama's gun

Als iets Badu’s derde album kenmerkt, dan is het wel een totale vanzelfsprekendheid. Alle vragen en twijfels over haar hoge status, en of ze die wel of niet zou kunnen bestendigen, zijn daarmee in één keer beantwoord. Nergens hoor je ook maar enige druk tot presteren. Erykah klinkt simpelweg weer alsof ze geboren is om dit te doen. Net als die andere nieuwe soulheld D’Angelo heeft Badu haar toevlucht genomen tot Jimi Hendrix’ Electric Ladies Studios  Daar blijken allerlei zeer vruchtbare ontmoetingen plaats te vinden tussen leden van de Soulquarians, een groep r&b- en hiphopartiesten die allemaal onder hetzelfde gesternte zijn geboren. Ze vormen naar eigen zeggen zeker niet toevallig de creatieve frontlinie van de nieuwe soulgeneratie. Drummer Amir Thompson, toetsenist James Poyser en bassist Pino Palladino zijn muzikanten die na uitdrukkelijke aanwezigheid op recente platen van d’Angelo en Common ook weer op dit album present zijn. Desondanks is hiphop hooguit nog de voedingsbodem voor de teksten van Badu; het soulgeluid op deze plaats wordt beheerst door vette onderkoelde funk en broeierige jazz. Vooral door dat laatste klinkt Mama’s Gun nog veel meer laidback dan haar toch al niet zo opruiende debuut en het snel daarop uitgebrachte livealbum. Het sterkste voorbeeld daarvan is Green Eyes, dat min of meer uit drie trage suites bestaat, maar de volle lengte van tien minuten ongemeen blijft boeien. Echt uitbundig feestelijk wordt het bij Badu toch niet snel, maar het heftig funkende Penintentiary Philosophy of Booty komen dicht in de buurt. Badu heeft sterker dan voorheen voor ieder nummer net een iets ander stemgeluid paraat. Zo klinkt ze van heel helder en spits tot slepend en stroperig, afhankelijk van waar de song om vraagt. Voor de vocale afwisseling heeft de zangeres een uitstekende duetpartner gevonden  in Stephen Marley. Hij klinkt werkelijk apestoned en dus behoorlijk naast de toon en uit de maat op het intieme In Love With You. Maar de kracht van Badu’s vrije soul maakt dat het wél werkt. En de echo’s van vader Bob helpen natuurlijk ook een handje. Eryka’s sterkste troef zijn haar schaamteloze, humorvolle teksten. Meestal is daaraan geen touw vast te knopen – zelfs met het tekstboekje erbij – wat echter geheel niet ten koste gaat aan de ritmische en poëtische kwaliteiten. Je hoeft Erykah Badu ook niet helemaal te begrijpen om haar zalving en goedheid te ondergaan. De meesteres heeft gewoon weer een grandioze en meeslepende plaat gemaakt die diep respect betoont aan de traditie waaruit zij voortkomt en waar iedereen zijn/haar eigen beelden, vormen en verhalen bij mag verzinnen. Die ook na meermaals beluisteren  in hoge mate je nieuwsgierigheid blijven prikkelen. Zoals dat gaat bij kunstuitingen van de allerhoogste orde.

 

25 november 2000

Tracks en Credits

Terug naar Hoofdindex