Bob Cheevers - Texas to Tennessee ****

Bob Cheevers is al ruim veertig jaar actief in de muziekbusiness en het is tijd dat hij eens wordt opgemerkt. Op basis van zijn laatste album Texas To Tennessee (Back 9 Records) verdient hij dat zeker. Maar goed, eerst even iets over dat verleden. Bob staat als schooljongen dagelijks op de bus te wachten in zijn woonplaats Memphis en regelmatig rijdt er dan een lavendelkleurige Lincoln Continental langs met Elvis Presley aan het stuur. Bob zwaait altijd even en Elvis groet altijd terug. Bob gaat ook de muziek in en in 1958 wint hij met een stel vrienden een talentenjacht met een vertolking van Big River van Johnny Cash. Bob zit achter de drums, want zingen op het podium durft hij niet. In de jaren zestig verlaat Cheevers Memphis en zoekt zijn geluk in Californië. Met The Peppermint Trolley Company maakt hij bubblegummuziek (zoals bijvoorbeeld ook The Monkees) en de groep scoort enkele hitjes. Maar Bob Cheevers is onder de indruk geraakt van Jackson Browne en The Buffalo Springfield van Neil Young en wil ook zelf nummers schrijven. Geen oppervlakkige popriedeltjes, maar introspectieve nummers zoals zijn voorbeelden die afleveren. Later leert hij van Guy Clark dat je ook heel goed songs kunt schrijven uit het perspectief van de observator. De jaren zeventig gaan vervolgens voorbij met te veel drank en drugs. In de jaren tachtig heeft hij wel wat succes als songschrijver, maar hij is ook aan de cocaïne. Totdat hij in 1989 beseft dat het genoeg geweest is en zijn levensstijl drastisch verandert. Pas in de jaren negentig verschijnen er cd’s onder eigen naam. Op Texas To Tennessee (eerder maakte hij al eens een album met de titel Gettysburg To Graceland) is een overtuigende verhalenverteller te horen. De stem van Cheevers bezit soms een vergelijkbaar hoog vibrato als Willie Nelson. Me And Dan And The Spoonman is een liedje dat zich kan meten met het werk van het onderwerp van de song, namelijk Dan Penn en Spooner Oldham. In Drivin’ That Mercury haalt hij herinneringen op aan zijn grootvader. Jesse Lee Kincade is een prachtsong over een bankrover. Producer Charlie White is verantwoordelijk voor het merendeel van de arrangementen en neemt diverse snaarinstrumenten ter hand. Dan Dugmore speelt dobro en Spooner Oldham is één van de toetsenisten. Een andere gast is Fats Kaplin die Downhome Backwoods Hillbilly Fool van accordeon voorziet. In Memphis ‘Til Monday overheerst het soulgevoel dankzij blazers. Slotnummer Girl In Amarillo eindigt merkwaardig met een gitaarsolo die feller is dan al het andere gitaarwerk op deze cd. Joe Ely is dan opeens een referentiepunt. Er is nog een andere vergelijking te maken met Joe Ely. Waar de Lord of the Highway al jaren de release aankondigt van wel tien cd’s met oude opnamen, daar heeft Bob Cheevers dit idee ook werkelijk uitgevoerd. Op zijn website is The Archive Series verkrijgbaar, acht cd’s met opnamen uit de jaren tachtig gerangschikt volgens een thema per cd. In 2006 doet Bob Cheevers een tournee door Ierland, Schotland en Engeland. Hij wil ook graag optreden in Nederland. Wie haalt hem hier naartoe?
11 januari 2006