Allison Moorer - The duel
****½
De
bekoorlijke Allison Moorer maakte kort na het inblikken
van haar live-album “Show” de overstap van Universal South naar het een
uitstekende reputatie genietende independent label Sugar Hill – onlangs
bijvoorbeeld ook nog verantwoordelijk voor de bijzonder geslaagde nieuwe van
Grey De Lisle. En het eerste album, dat
uit die samenwerking resulteert, is er meteen eentje om zonder
aarzeling in je hart te sluiten. In het gezelschap van haar vaste
producer R.S. Field (voor de gelegenheid ook achter het drumstel postvattend),
haar wederhelft Butch Primm, Adam Landry (Stateside, The Sways, zang en
gitaren), John Davis (Superdrag, zang, bas, gitaren, steel, orgel, piano), Steve
Conn (piano) en Sonny Red (harmonica) perst Moorer er haar ruwste diamant tot op
heden uit. Een stuk luider dan voorheen, zonder dat je daarvoor meteen de term
rockplaat dient te hanteren. Opvallend is wel dat heel
wat van de door Moorer en Primm gecomponeerde liedjes zich hier uitstekend thuis
lijken te voelen in de buurt van beheerst rockende gitaren. Daardoor gaat het
geheel toch iets minder country en meer soulvol aanvoelen
dan haar vorige platen. In ieder geval wint “The Duel”
enorm aan diepgang. “Alle liedjes op dit album hadden eigenlijk “The Duel”
kunnen heten,” zegt Moorer zelf daarover. “Ze gaan allemaal over het gevecht,
niet over de afloop ervan. In het resultaat heeft men het immers altijd over de
winnaars – maar tijdens het gevecht zelf denken de verliezers nog altijd een
kans te maken.” Een interessante invalshoek! En die
bovendien een apart licht werpt op liedjes als “Melancholy Polly”, een knappe
rootspopdeun met autobiografische trekjes, waarin Moorer zich bij momenten weer
de ziel uit het lijf zingt. Elders gaat het er sporadisch lekker pittig aan toe,
zoals bijvoorbeeld al in het rootsrockertje bij het begin van het album “I Ain’t
Giving Up On You” of in het verbeten “Believe You Me”. Maar op haar best blijft
Moorer als je ’t mij vraagt toch wanneer het allemaal wat
kalmer aan mag. Lekker soulvol zoals in het vanuit het standpunt van een
smekende dronkaard aan een bar geschreven “One On The House”, pakkend akoestisch
zoals in het titelnummer met enkel Steve Conn op de piano en Sonny Red op de
harmonica in de buurt (over iemand die samen met zijn / haar geliefde ook zijn /
haar geloof verliest) of verstild zoals in het bijzonder mooie afscheidsliedje
“Sing Me To Sleep”, waarin het laatste verzoek van een stervende luidt:
“I’m asking please don’t say goodbye / Sing me to sleep one more time.”
Al moet ik mijzelf dan toch ook weer even tegenspreken, want het mooiste nummer van het album is het soulvolle stukje Americana “Louise Is In The Blue Moon”, waarin Moorer's stem en het orgel van Conn en de elektrische gitaar van Adam Landry een magisch huwelijk aangaan. “The Duel” zou commercieel gezien voor Allison Moorer een stap achteruit kunnen betekenen, maar artistiek gezien is het dat zeker niet. En eigenlijk hoop ik gewoon heimelijk, dat Allison Moorer net als Dolly Parton - ook al ondergebracht bij Sugar Hill - toch massa’s exemplaren mag verkopen van dit erg knappe album.
17 mei 2004
Tracks en Credits Terug naar Hoofdindex