Kathleen Taylor - Wondrous potions (Waardering Muziekwereld) 7½

Van Kathleen Taylor mocht ik onlangs de eerste echte cd “ Defy The World”, bespreken. De plaat maakte een grote indruk en de interesse in de artiest was gewekt. Bleek dat tegen de bespreking goed en wel verschenen was er al een nieuwe plaat was. Daar ging Rootstime maar onmiddellijk achter aan. Als je dan deze toegezonden krijgt met een persoonlijk geschreven kaartje van de dame zelf ben je op voorhand al verkocht. In een ongevoelige bui zet ik me aan deze bespreking. Nu kunnen we dus deze opvolger onder de loepe houden. Tegenover de eerste plaat is er geen spectaculaire wijziging in stijl vast te stellen. Kathleen grossiert nog altijd in mooi liedjes in het rootsgenre. De band met muzikanten uit Austin waarmee ze deze plaat maakte is nog steeds dezelfde als op de eerste plaat. Deze keer gebruiken ze echter minder “eigenaardige” instrumenten. De 13 zelfgeschreven nummers vallen uit een in 2 grote blokken: de bijna solo akoestische nummers en de groepsnummers. De solo akoestisch nummers hebben het moeilijker mij te bekoren doordat Kathleen een speciale zangstem heeft. Het is niet zo erg als bij bvb een Victoria Williams of een Iris Dement maar het neigt er wel naar. In sommige nummers werkt dit, in andere dan weer helemaal niet. Zo is in “Tiny World” de stem, de dobro en de tekst perfect passend. Het openingsnummer “Waiting” is ook sterk genoeg om te boeien. Net als het vrolijk huppelende “All I Really Need To Know”. Maar in “Bootless Cowboys” kan de pedal steel de song niet redden. Net als in Cypress Vine” of in “Promised Land” die te middelmatig zijn. De nummers waar de groep meespeelt zijn sterker. Veelal gaat het hier om een ritmesectie en een pedal steel. Toch heeft de plaat daardoor helemaal geen country stempel. Mijn favorieten zijn het iets ruiger rockende “Angry Ghost” en het met een frisse slide ingekleurde “Snake Oil Man”. Door de intro en refrein in een soort Russisch is “Sing To Me” door de zwevende pedal steel gitaar ook een nummer dat vermeld moet worden. Net als “Back In The Race” met veel credits voor Dave Hadley op pedal steel. In tegenstelling tot de vorige plaat draait deze plaat bijna helemaal rond de liefde, verlaten worden en alle bijhorende gevoelens. Daardoor voelt de plaat soms aan als een pennenvrucht van een eenzame adolescente. Misschien ligt het aan de hoge verwachtingen maar door het zwakker einde (de akoestische nummers) en de beperkte vooruitgang in het schrijven van songs, of het te snel uitbrengen van deze tweede plaat is dit niet echt de grote sprong voorwaarts. Maar we blijven uitkijken naar nieuw werk. Hoewel ze er volgende keer beter wat langer aan werkt.
(Lisael)
Bron: www.rootstime.be
Gepubliceerd op Muziekwereld: 27 augustus 2011