The Who

Legendarische Londense rockband, wier carrière het schoolvoorbeeld vormt van de evolutie van de Engelse rockmuziek. Via rauwe, prototypische punkmuziek en opruiende teksten groeit de groep in de jaren zeventig uit tot een geperfectioneerde rockband met de nodige diepte en raffinement. Daltrey (dan nog op gitaar), Townshend, Entwistle, zanger Gabby Connolly en drummer Doug Sanden vormen eerder The Detours en worden als The High Numbers (zonder Connolly maar mét nieuwe drummer Keith Moon - geboren 23-8-47 - en een eerste single, Zoot Suit) ontdekt door Kit Lambert en Chris Stamp. Dezen bedenken de gimmick-naam The Who, de bizarre, op pop-art geënte kleding en nemen het management op zich. The Who groeit al gauw uit tot een van de meest succesvolle Engelse mod-groepen. Vooral de destructieve stage-act, waarbij Townshend - overigens de belangrijkste songschrijver van de groep - zijn gitaar dwars door luidsprekerkasten ramt om hem daarna compleet aan diggelen te slaan, Moon zijn drumstel over het gehele podium schopt en Daltrey zijn microfoon door de zaal slingert, wordt al snel een sensatie. Entwistle, bijgenaamd The Ox, is de tweede componist van The Who. Hij is verantwoordelijk voor het donkere, macabere repertoire met veelal sadistische teksten. I Can't Explain, uitgebracht begin '65, is de eerste van een lange reeks hoogstaande Engelse hitsingles, maar de groep bereikt merkwaardig genoeg nooit de eerste plaats van de hitparade. Het door Shel Talmy geproduceerde "MY GENERATION" bevat een mengeling van r&b en experimentele nummers, waarbij men effectief gebruik maakt van feedback en kraakgeluiden, die ontstaan bij het mollen van de instrumenten. Op "A QUICK ONE" zijn vrijwel geen r&b-invloeden meer te bespeuren, maar de plaat in zijn geheel is minder sterk dan "MY GENERATION" en bevat ook composities van de andere groepsleden. Townsend loopt in deze tijd al met plannen rond om een soort pop-opera te maken en het titelnummer van "A QUICK ONE" is een bescheiden poging in die richting. "THE WHO SELL OUT" wordt vooral populair door de korte radiojingles die tussen de nummers te horen zijn. Na "THE WHO SELL OUT" staat de groep geruime tijd op non-actief en in die periode schrijft Townshend zijn rock-opera, "TOMMY", die inslaat als een bom. Hoewel niet de eerste in zijn soort (The Kinks en The Pretty Things zijn The Who voor), wordt "TOMMY" toch beschouwd als de eerste geslaagde poging om een rock-opera op de plaat te zetten. Het stuk wordt later nog eens uitgebracht in een versie met bekende vocalisten plus orkest en in '74 verfilmd door regisseur Ken Russell, met in de hoofdrollen Ann Margret, Oliver Reed en Roger Daltrey. Op de dubbelelpee die van de film verschijnt, spelen behalve The Who ook Eric Clapton, Elton John en Tina Turner. Met "TOMMY" wordt ook The Who's transformatie van singlesband naar volwassen albumgroep belichaamd. In augustus '69 speelt The Who op het legendarische Woodstock-festival, waardoor men definitief doorbreekt in de Verenigde Staten. "LIVE AT LEEDS" is een enerverende en in retrospectief legendarische live-plaat; op het vrij stevige "WHO'S NEXT" staan twee nummers die zijn geïnspireerd door de muziek van Terry Riley, waaronder de hit Baba O'Riley. "QUADROPHENIA" is een conceptalbum waarop veel van de autobiografische songs handelen over de jeugd van de vier Who-leden. Het is een uitstekend werkstuk, maar spreekt minder aan dan "TOMMY". "ODDS & SODS" bevat materiaal dat in de loop der jaren is blijven liggen en door John Entwistle opnieuw is gemixt. In '75 en '76 gaat de groep weer op tournee om "THE WHO BY NUMBERS" te promoten. In Europa wordt de plaat niet bijster enthousiast ontvangen, in de Verenigde Staten daarentegen wordt het van de plaat afkomstige Squeeze Box, mede door de dubbelzinnige tekst, een hit. "WHO ARE YOU" is een erg sterke plaat, waarop één centraal thema naar voren komt: in hoeverre moet een rockmuzikant dezelfde herkenbare muziek blijven maken om zijn fans te plezieren, en: moet de muziek veranderen naarmate men ouder wordt? Die laatste vraag hoeft Moon zich niet veel langer meer te stellen: in de nacht van 6 op 7 september '78, op 31-jarige leeftijd, overlijdt deze notoire stapper en grappenmaker aan een overdosis alcohol in combinatie met slaaptabletten. Moons plaats wordt ingenomen door ex Faces-drummer Kenny Jones. "THE KIDS ARE ALRIGHT" is de soundtrack van de gelijknamige film over de geschiedenis van The Who. Op deze dubbelaar, waarop Moon nog meedoet, staan hoofdzakelijk live-opnamen van de bekende Who-nummers. Gelijktijdig is The Who bezig met de verfilming van "QUADROPHENIA", waarin (dan nog) Police-zanger Sting een van de hoofdrollen speelt en ook Daltrey zijn filmcarrière voortzet. In '79 onderneemt The Who een Amerikaanse tournee, waarbij tijdens onlusten in Cincinnati doden vallen. "FACE DANCES" is de eerste plaat met Jones, die met zijn gedegen maar saaie drumwerk de spectaculaire Moon niet kan doen vergeten. In '81 neemt The Who de soundtrack van de film McVicar - met Daltrey in de hoofdrol - voor haar rekening: "McVICAR". Begin jaren tachtig is The Who samen met The Rolling Stones de grootste live-publiekstrekker in de Verenigde Staten. Niettemin vindt de groep het na het uitkomen van "IT'S HARD" welletjes, al wordt sporadische samenwerking in de toekomst niet uitgesloten. Het afscheidsoptreden vindt plaats op 17 december '82 in Toronto, Canada, maar in juli '85 staan de heren op Live Aid alweer gezamenlijk op het podium. Van de soloplaten die de Who-leden op hun naam hebben staan zijn er weinig van grote betekenis. "TWO SIDES OF THE MOON" is een practical joke van Moon die niets voorstelt en op de geflopte solo-albums van Entwistle staat hoofdzakelijk simpele, op rock & roll geënte muziek van laag allooi. "TOO LATE THE HERO" is zijn beste plaat en gemaakt met hulp van gitarist Joe Walsh en drummer Joe Vitale. Ook Daltrey, die als filmacteur beter op dreef is, maakt irrelevante soloplaten, waarop een keur van musici hem bijstaat in het coveren van middelmatig materiaal. Daaronder bevindt zich wel een enkele hit, zoals Giving It All Away van "DALTREY" en Without Your Love op "McVICAR". Alleen de soloplaten van Townshend zijn, hoewel minder rauw en agressief dan de werken die hij voor The Who aanlevert, soms zeer interessant. Zo bewijst hij met "SCOOP", een dubbelalbum met demo's van al dan niet bekende Who-nummers, nog eens ten overvloede dat hij de architect van de Who-sound is. In '84 treedt hij als redacteur in dienst bij uitgeverij Faber & Faber en een jaar later debuteert hij zelf als schrijver van de verhalenbundel Horse's Neck. Eind '85 verschijnt het redelijk geslaagde "WHITE CITY/A NOVEL", tegelijk met de gelijknamige korte film van regisseur Richard Lowenstein, waarin Townshend zelf ook acteert. Met een grote band treedt Townshend een aantal keren op. Entwistle formeert in '87 de band Rock met zanger Henry Small, gitarist Mark Albert en drummer Zak Starkey, de zoon van Ringo Starr. Begin '88 zet The Who de uitreiking van de British Phonographic Industry-awards met een optreden luister bij. De groep krijgt een oeuvreprijs vanwege haar formidabele bijdragen aan de Britse muziek. Plannen voor een nieuwe Who-plaat zijn er niet. Wel nemen Daltrey en Entwistle met Townshend een nummer op voor diens soloplaat "THE IRON MAN" die gebaseerd is op het kinderboek van Ted Hughes. Het onevenwichtige album kent vocale bijdragen van o.a. Daltrey, John Lee Hooker en Nina Simone. "ANOTHER SCOOP", een verzameling Townshend-curiosa (demo's en thuisopnamen) is zoals de titel aangeeft een vervolg op "SCOOP". Townshend heeft op het Britse Channel 4 een eigen kunstrubriek (Club X), terwijl Daltrey zijn filmloopbaan voortzet in Mack The Knife, de verfilming van de Driestuiversopera van Bertolt Brecht, en later Buddy's Song, waarvan hij ook co-producer is. In de zomer van '89 stapt The Who het podium op om het 25-jarig jubileum te vieren. In een big-bandbezetting van vijftien musici geeft de groep in Canada en de Verenigde Staten 30 uitverkochte shows. Groot-Brittannië is in oktober aan de beurt. De populariteit van de band, waarin Jones plaats heeft gemaakt voor sessiedrummer Simon Phillips, staat vooral in de Verenigde Staten buiten kijf. Geschat wordt dat de tournee The Who een slordige 46 miljoen dollar oplevert. Het weinig indruk makende "JOIN TOGETHER" is een dubbele live-CD, waarop het klassieke repertoire van "TOMMY" centraal staat. Aan de video The Who Live Featuring The Rock Opera Tommy werken o.a. Phil Collins, Patti LaBelle, Elton John en Steve Winwood mee. De bijna dove Townshend wordt zomer '91 onderscheiden met een Rock Award voor het leven, maar rust niet op zijn lauweren. Zo bemoeit hij zich met de Broadway-uitvoering van "TOMMY" door met regisseur Des McAnuff het script te schrijven voor de theatervoorstelling die in april '93 in première gaat, een groot kassucces wordt en maar liefst vijf Tony Awards oplevert. "ORIGINAL CAST RECORDING" is een door George Martin geproduceerde registratie van deze Broadway-musical. In de zomer van '93 komt Townshend met "PSYCHODERELICT", een hoorspel over de comeback van een rockster, dat vanwege zijn vreselijke dialogen en een te grote hoeveelheid magere liedjes lauw wordt ontvangen. Op "WHO COVERS WHO" wordt The Who gecoverd door Britse bands als Blur en Swervedriver. In '94 wordt oud werk van de groep zelf uitgebracht; op de representatieve 4CD-box "THIRTY YEARS OF MAXIMUM R&B" staan bijna tachtig tracks, waarvan er veertien nog nooit eerder uitgebracht zijn. Daltrey toert intussen door de Verenigde Staten met Who-werk onder orkestbegeleiding. In '95 komt een nieuwe editie uit van "LIVE AT LEEDS", waarop de oorspronkelijke zes tracks aangevuld zijn met acht andere. Niettemin ontbreekt nu nog het Tommy-gedeelte van het optreden in Leeds. In opgepoetste versies verschijnen in het jaar waarin Townshend vijftig wordt, de onverslijtbare albums "A QUICK ONE" en "THE WHO SELL OUT" met nog niet eerder (op CD) uitgebrachte of op "THIRTY YEARS OF MAXIMUM R&B" verschenen bonustracks. Maart '96 beleeft de musical Tommy zijn première in West End, Londen. De onbekende tiener Paul Keating speelt de hoofdrol in deze Endemol-productie. Zijn musical-moeder is zangeres Kim Wilde. Voorjaar '96 verschijnen "TOMMY" en "QUADROPHENIA", geremasterd en geremixt, op de markt. Op 29 juni '96 brengt The Who met gastrollen voor onder anderen zanger Gary Glitter en Pink Floyd-gitarist David Gilmour het materiaal van "QUADROPHENIA" voor het eerst live. Ook van de partij in het Londense Hyde Park zijn Eric Clapton, Bob Dylan, Alanis Morissette en Ronnie Wood en meer dan 150 000 muziekliefhebbers. De opbrengst voor de Prince's Trust Charity is een half miljoen Engelse pond. Het dubbele live-album "LIVE AT THE ISLE OF WIGHT FESTIVAL 1970" met Isle of Wight-opnamen uit '70 toont glorieus aan dat de tand des tijds tevergeefs heeft zitten knagen aan het energieke materiaal. "LIVE AT THE ISLE OF WIGHT FESTIVAL 1970" is ook verkrijgbaar als video. "MY GENERATION - THE VERY BEST OF THE WHO" kent enkele merkwaardige omissies en doet daarmee zijn naam geen eer aan. Op 11 mei '97 speelt The Who, bijgestaan door onder meer gastzanger P.J. Proby, drummer Zak Starkey, gitarist Simon Townshend en een mod scooter, in het uitverkochte Ahoy' Rotterdam integraal het materiaal van "QUADROPHENIA", alsmede enkele toetjes in de vorm van unplugged versies van Won't Get Fooled Again en Substitute.

 

Terug naar Hoofdindex