Texas

Het leven kan soms lekker raar lopen. Zo reis je het ene jaar als modekapster Europa rond en het volgende jaar als zangeres van een popgroep. Dit overkomt Sharleen Spiteri van de popgroep Texas.

Glasgow, 1986. Na zijn succes met de band Altered Images, zoekt bassist Johnny McElhone nieuwe partners in crime. Zijn broer Gerry, later manager, komt met de dame Sharleen op de proppen. Op de een of andere manier weet hij gewoon dat ze zangtalent heeft, hoewel ze nooit heeft opgetreden. Het klikt tussen de twee en ze beginnen direct met het schrijven van nummers. Het eerste nummer - 'I Don't Want A Lover' - gaat over een misgelopen relatie van Spiteri. (Ook in de volgende jaren blijft ze haar problemen in teksten verwerken.) Vervolgens komen gitarist Ally Mc Erlaine en drummer Stuart Kerr (later vervangen door Richard Hynde) erbij en de keuze voor de groepsnaam Texas is al snel gemaakt. Zowel McErlaine als Spiteri zijn namelijk beïnvloed door de slide-guitar van Ry Cooder. (De componist van de prachtige soundtrack bij Wim Wender’s film 'Paris, Texas' uit 1985). Johnny McElhone’s contacten met platenmaatschappij Phonogram via zijn eerdere bands maken het tekenen van een platencontract betrekkelijk simpel. Texas' debuut-cd Southside (1989) komt in de Engelse en Europese hitlijsten en er worden zo’n twee miljoen exemplaren verkocht. Niet slecht voor een debuutalbum. Maar ja, zo’n flitsende start legt natuurlijk wel druk op de band. De opvolger Mother's Heaven (1991) is niet zo’n klapper als als het debuut. Met Rick’s Road (1993) is het tijd voor een nieuwe producer, Paul Fox. De opnamen zijn in de Bearsville Studios in Woodstock. (Daar hebben ook good old Bob Dylan en The Band cd’s opgenomen. En de piano die er staat is nog gebruikt door Janis Joplin). Fox vraagt vervolgens de zus van Sly Stone, Rose, als achtergrondzangeres op de track 'Faded Away'. (Dit is een bandlid van Sly and the Family Stone, een wereldberoemde funkgroep uit de jaren ’70). Na een lange pauze komt Texas in 1997 terug met de hit 'Say What You Want' gevolgd door de albums White on Blonde (1997), Hush (1999) en Greatest Hits (2000). Opvallend genoeg staan op dat verzamelalbum geen nummers van Mothers Heaven. Volgens Spiteri komt dat omdat deze periode niet de meest gelukkige van haar leven is.


 

Terug naar Hoofdindex