Steely Dan

Gedistingeerd rockduo, dat in de jaren zeventig popmuziek binnen handbereik van de jazz brengt met geniale composities, vlijmscherpe teksten en subliem productiewerk. De uit New York afkomstige Donald Fagen en Walter Becker spelen in de jaren zestig twee jaar in de groep Jay & The Americans en dragen zo bij aan "CAPTURE THE MOMENT". Als producer Gary Katz de twee een songschrijfcontract bij ABC/Dunhill bezorgt, resulteert dat wel in een aantal nummers voor derden, maar Katz ziet er meer perspectief in om Donald en Walter hun eigen songs te laten uitvoeren met een speciaal daartoe geformeerde groep. De naam wordt Steely Dan, naar een roemruchte dildo uit William Burroughs' boek The Naked Lunch. De eerste release is de in de loop der jaren bijzonder zeldzaam geworden single Dallas/Sail The Waterway (Probe '72). Met drummer Jim Hodder, gitarist Denny Dias, zanger Dave Palmer en dikwijls (steel)gitarist Jeff (bijgenaamd 'Skunk') Baxter neemt men "CAN'T BUY A THRILL" op, waarvan het nummer Do It Again uitgroeit tot een wereldhit. Velen denken met een eendagsvlieg van doen te hebben, maar de ongebruikelijke muzikale invloeden, de knappe composities en het gemak waarmee wordt gemusiceerd duiden op het tegendeel. Het met enkele langere, experimentele songs gevulde "COUNTDOWN TO ECSTASY" is commercieel niet zo'n succes maar in artistiek opzicht intrigerend; toch kunnen weinigen nog bevroeden dat de 'Dan' tot een van de belangrijkste van de jaren zeventig zal moeten worden gerekend. De 'intellectuelen' Becker en Fagen slagen er in toenemende mate in gemakkelijk in het gehoor liggende muziek te produceren die ingewikkeld in elkaar zit. Jazzy ondertonen, Latijns-amerikaanse invloeden en de scherpe teksten zijn de belangrijkste ingrediënten van een nieuw, volstrekt eigen geluid. De productietechnieken van het duo en Katz, het resultaat van talloze uren experimenteren, behoren tot de meest geavanceerde van de jaren zeventig. Omdat het niet lukt die perfectie op het podium te evenaren, stopt de groep in '74 met optreden. Zanger Palmer vertrekt dan naar (Big) Whakoo. "PRETZEL LOGIC" is de eerste plaat waarop het gedistingeerde geluid van Steely Dan volledig tot haar recht komt. Na deze plaat stapt Baxter, aanvankelijk een inhuurkracht maar al snel een vast lid, naar The Doobie Brothers. Ook Hodder ruimt dan het veld. Op "KATY LIED" wordt de werkwijze van het duo Becker en Fagen, dat vanuit Los Angeles opereert, pas goed duidelijk. Alle songs komen uit hun koker en zij bepalen hoe het nummer zal gaan klinken en wie ze daarvoor nodig hebben. Ze kunnen putten uit een groot arsenaal muzikaal goed onderlegde sessiemuzikanten, waarbij ze uitgaan van een kern die bestaat uit gitaristen als Elliot Randall en Dias, slagwerkers als Jeff Porcaro en vele andere muzikanten, onder wie Victor Feldman en Michael McDonald (later naar Doobie Brothers en als solist zeer succesvol). De geheimzinnigheid rond Steely Dan wordt in stand gehouden doordat het duo slechts sporadisch interviews doet. "THE ROYAL SCAM" wordt door velen gezien als een voorlopig hoogtepunt; het is een uiterst evenwichtig album dat ook na tientallen malen draaien geheimen blijft prijsgeven. Op "AJA" kiest de groep wederom voor wat langer uitgesponnen nummers met prominente jazz-invloeden. De grote toegankelijkheid bewijst hoe het gezelschap sinds "COUNTDOWN TO ECSTASY" is gegroeid. In '78 verlegt het duo zijn aktiviteiten van de west- naar de oostkust, waar Fagen betrokken raakt bij de productie van het vreemdsoortige groepje Rootboy Slim & The Sex Change. Hoe arrogant de werkwijze van Becker en Fagen is, ervaart ook Dire Straits-gitarist Mark Knopfler. Van de vele uren gitaarsolo's die men hem op band laat zetten, wordt uiteindelijk zeven seconden op "GAUCHO" ingemixed. Het luxueus klinkende "GAUCHO" betekent het einde van een tijdperk. Na in Amerika vijf gouden en twee platina albums te hebben gehaald, hebben Becker en Fagen genoeg van elkaars gezelschap. Fagen levert een bijdrage aan de soundtrack van de animatiefilm Heavy Metal, maar verrassender is het relatief snelle verschijnen van zijn solo-plaat "THE NIGHTFLY", die dezelfde hoge kwaliteit heeft als het groepswerk. Het album is gebaseerd op herinneringen aan zijn jeugd in de jaren vijftig, vooral aan de nachten die de jonge Donald doorbracht met het luisteren naar jazz-stations: voor de hoes van "THE NIGHTFLY" laat Fagen zich dan ook fotograferen als DJ. De van een zware drugsverslaving en dito aanrijding genezen Becker legt zich ondertussen toe op het produceren van China Crisis, Fra Lippo Lippi en Rickie Lee Jones en later (in de jaren negentig) op acts die verbonden zijn aan de labels Windham Hill Jazz en Triloka. Gedurende de jaren tachtig verschijnen op obscure labels compilatie-CD's van Steely Dan met titels als Sun Mountain, Berry Town, Stone Piano, Old Regime, You Go Where I Go, The Roaring Of The Lamb en The Early Years. Zij bevatten allemaal nagenoeg hetzelfde materiaal: songs uit de tijd voor "CAN'T BUY A THRILL" en vroege versies van nummers als The Caves Of Altamira en Parker's Band. Het enige gezamenlijke wapenfeit van Becker en Fagen sinds "GAUCHO" bestaat uit hun aanwezigheid als gastmuzikanten op het door Gary Katz geproduceerde debuutalbum "ZAZU" van Rosie Vela. In '88 schrijft Fagen de muziek voor de film Bright Lights, Big City. Vervolgens ontpopt hij zich als de drijvende kracht achter de New York Rock & Soul Revue, waarmee hij "LIVE AT THE BEACON THEATRE" maakt, waarop diverse Steely Dan-klassiekers live te horen zijn en waaraan ook Becker meewerkt. Na bijna elf jaar komt Fagen eindelijk met zijn tweede solo-CD "KAMAKIRIAD". Het album vertelt een verhaal dat zich ditmaal niet in het verleden maar in de toekomst afspeelt. "KAMAKIRIAD" refereert aan de latere Steely Dan en is alles tot in de kleinste details uitgewerkt. Toch zijn de reacties minder enthousiast als op de voorganger. Wel kondigt "KAMAKIRIAD" aan dat de langverwachte Dan-reünie nakende is. De traditioneel door Gary Katz bezette producersstoel is bij de opnamen ingenomen door Walter Becker. In '93 is het zover: op 13 augustus begint in Detroit de reünietoer. De Steely Dan Orchestra (grapje van Fagen) heeft als line-up: Drew Zingg (gitaar), Warren Bernhardt (toetsen), Cornelius Bumpus (sax), Bob Sheppard (sax), Tom Barney (bas), Peter Erskine (drums) en Katherine Russell (achtergrondzang). Steely Dan-klassiekers worden daarbij afgewisseld met materiaal van Fagens solo-platen en een paar nieuwe nummers van Becker. De registratie van deze optredens is te horen op "ALIVE IN AMERICA". December '93 verschijnt "A DECADE OF STEELY DAN", een 4-CD box met het gehele oeuvre van de groep, op Dallas/Sail The Waterway na. Het enige extraatje is een demo-versie van Everyone's Gone To The Movies. Voor de krappe beurs is er "CITIZEN STEELY DAN". Als tegenprestatie voor zijn werk aan "KAMAKIRIAD" co-procudeert Fagen de eerste solo-plaat van Walter Becker. Door de vrijblijvende aanpak en Beckers beperkte zangcapaciteiten haalt "11 TRACKS OF WHACK" echter niet de hoge kwaliteit van de Dan samen of Fagen solo. In '96 wordt het tweede deel van de reünietoer ingezet en is Steely Dan voor het eerst live in Nederland te bewonderen. De set is muzikaal tot in de puntjes verzorgd, visueel valt er zoals verwacht weinig tot niks te beleven.

 

 

Terug naar Hoofdindex