Sinéad O'Connor

"Thanks to all of ye for a great time and a great education. I would request that as of July, since I seek no longer to be a 'famous' person, and instead I wish to live a 'normal' life, could people please afford me my privacy." Met deze woorden neemt Sinéad O'Connor in juli 2003 definitief afscheid van haar muziekcarrière. Ze laat de fans nog een laatste album na, 'She Who Dwells in the Secret Place of the Most High Shall Abide Under the Shadow of the Almighty'.
O'Connor komt uit een arbeidersbuurt in Dublin. In interviews verwijst ze vaak naar haar moeilijke jeugd. Haar ouders scheiden als ze acht is en haar moeder zou haar mishandeld hebben. Als puber is ze onhandelbaar. Ze hangt rond in Dublin en steelt parfum en kleding. Uiteindelijk stuurt haar vader haar naar een kostschool, waar ze haar creatieve kant ontdekt. Ze zingt graag en begint zelf liedjes te schrijven.
Sinéad komt voor het eerst met de muziekwereld in aanraking wanneer ze gevraagd wordt voor de band In Tua Nua, waarmee ze in 1984 zelfs een single, 'Take My Hand', uitbrengt. Ze verlaat de groep, maar blijft wel muziek spelen. Ze studeert aan het Dublin's College of Music. Op 17 jaar gaat ze opnieuw bij een band, Ton Ton Macoute, die split na een mislukte deal met Ensign Records. De groep gaat dan wel uit elkaar, maar Sinéad laat zich opmerken door Ensign, dat haar in 1985 een contract aanbiedt.
O'Connor verhuist naar Londen en werkt er aan haar songs. Ondertussen leert ze van The Edge van U2 de stiel van het songschrijven. Samen werken ze aan de soundtrack van de film 'The Captive'. In 1987 is haar eerste plaat klaar: 'The Lion and the Cobra'. Met de singles 'Madinka' en 'Troy' scoort ze op de alternatieve radio. Sinéad O'Connor mag er dan muzikaal op vooruit gaan, in de media komt ze erg controversieel uit de hoek. In interviews uit ze haar sympathie voor de IRA. Haar grote doorbraak komt er met de release van 'I Do Not Want What I Haven't Got' in 1990, met een onvergetelijke cover van Prince z'n 'Nothing Compares 2 U'.
Sinéad wordt een echte ster, maar gedraagt zich helemaal niet zo. Ze weigert optredens in Amerikaanse zalen waar 'The Star Spangled Banner' aan haar show voorafgaat, zegt een gastoptreden voor Saturday Night Life af wanneer ze hoort dat seksistische moppentapper Andrew Dice Clay te gast is en weigert bovendien vier nominaties voor de Grammy Awards. In 1992 komt 'Am I Not Your Girl' uit. Het voldoet niet aan de verwachtingen van het grote publiek en wordt geen commercieel succes. Net op dat moment begint O'Connor weer te rebelleren. Ze wordt opnieuw uitgenodigd bij Saturday Night Life en ditmaal verscheurt ze voor het oog van puriteins Amerika een foto van Paus Johannes Paulus II.
De volgende jaren krijgen we Sinéad O'Connor niet zo vaak meer te zien. Maar ze blijft wel bezig. Ze studeert opera, speelt mee in 'Hamlet' als Ophelia en gaat op tournee met Peter Gabriels WOMAD-festival. In 1994 staat ze er terug met het album 'Universal Mother'. Ze kondigt aan dat ze niet meer met de pers wil praten. Na de EP 'The Gospel Oak' moeten de fans nog eens drie jaar wachten op een volledig album: 'Faith and Courage'. Het folkalbum 'Sean-Nós Nua' volgt in 2002. Stilletjes aan laat O'Connor doorschemeren dat ze de populaire muziek vaarwel zegt.

Terug naar Hoofdindex