R.E.M.
Pioniers van de alternatieve rock in de jaren '80 en één van de
belangrijkste rockgroepen uit de jaren '90, die tegelijk traditioneel als modern
experimenteel klinkt. Michael Stipe is in zijn jeugd beïnvloed door Patti Smith
en Wire en wanneer hij in Athens, Georgia terechtkomt richt hij in 1980, samen
met Peter Buck, die hij in een platenwinkel heeft leren kennen, Bill Berry en
Mike Mills de groep Twisted Kites op. Kort nadien veranderen ze de naam in
R.E.M. (Rapid Eye Movement, een droomfase in de slaap), een naam die ze
willekeurig uit een woordenboek hebben uitgepikt. Aanvankelijk speelt het
viertal garage- en folk-rockcovers, maar geleidelijk beginnen ze ook eigen
nummers uit te voeren. 'Radio Free Europe', het eerste singletje dat R.E.M. in
1981 opneemt heeft slechts een oplage van duizend exemplaren, maar groeit
dankzij mond aan mond reclame uit tot een collegehit en wordt door
sommige critici verkozen tot de beste onafhankelijke single van het jaar. Een
jaar later tekent de groep bij het IRS-label en brengt ze haar veelbelovende ep
'Chronic Town' uit. In 1983 verschijnt het sterke 'Murmur', de eerste langspeler van R.E.M., die door
het muziekblad Rolling Stone uitgeroepen wordt tot album van het jaar. De groep
wordt vanaf dan beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger van de
kwaliteitsrock die zich afzet van de clichépop en rock die op dat moment de
hitparades overheerst. In 1985 komt R.E.M. op de proppen met het onconventionele
'Fables of the Reconstruction' dat dan weer een toegankelijke opvolger krijgt
met 'Life's Rich Pageant', geproduceerd door Don Gehman (onder andere John
Mellencamp). De doorbraak bij het Amerikaanse mainstream publiek komt er met de
single 'The One I Love' uit het album 'Document', dat in de Amerikaanse top 10
terechtkomt. Na het gevarieerde 'Green' en een tussendoortje als The Hindu Love Gods
en een gelijknamige plaat - zonder Stipe en met Warren Zevon - valt ook Europa
voor de groep uit Athens met het opvallend melodieuze pop-folkalbum 'Out of
Time' en de wereldhit 'Losing My Religion'. Het donkerdere en reflectieve 'Automatic for the People' wordt opgesmukt met
sierlijke strijkersarrangementen van Led Zeppelin-bassist John Paul Jones.
Nadien gaat de groep weer de rocktoer op met 'Monster', maar het album valt behoorlijk tegen.
Tijdens de daaropvolgende wereldtournee wordt Bill Berry getroffen door een
herseninfarct, ondergaat Mike Mills een darmoperatie en wordt Michael Stipe
geopereerd wegens een hernia. Met 'New Adventures in Hi-Fi' begint R.E.M. weer
schuchter te experimenteren met verschillende stijlen, maar de plaat wordt een
commerciële tegenvaller. In het najaar van 1997 besluit Berry het om
gezondheidsredenen wat kalmer aan te doen en verlaat de groep. R.E.M. past zich
wonderwel aan het verdwijnen van de drummer aan en brengt in 1998 het
experimentele 'Up' uit. In 1999 volgt 'Man on the Moon', een
degelijke soundtrack bij de gelijknamige film
van Milos Forman. Nu is R.E.M. nooit te beroerd om zijn bekendheid te verlenen
aan een of andere aktie voor het goede doel - vooral de mensenrechten kunnen
Michael Stipe uit zijn zetel krijgen - maar in 2000 laten ze zich opmerken met
een wel heel speciaal initiatief. Een spoorwegbruggetje dat de hoes van 'Murmur' siert, dreigt afgebroken te worden, maar
R.E.M. kan de sloop met behulp van de fans verhinderen. Wat door de autoriteiten
als een gammel spoorwegbruggetje gezien wordt, maakt volgens de groep en de fans
immers een belangrijk deel uit van de groepsgeschiedenis. In het voorjaar van
2001 laat R.E.M. opnieuw muzikaal van zich spreken met 'Reveal'.