Red Hot Chili Peppers
Anthony Kiedis
(zang)
Flea basgitaar
John Frusciante gitaar
Chad Smith drums
Groep uit L.A. die ondanks uitmuntende muzikale
kwaliteiten het grootste deel van zijn faam te danken heeft aan een
podiumverschijning getooid in niets anders dan een strategisch geplaatste
sportsok. Aan de muziek heeft het geenszins gelegen, want medio jaren tachtig
was er geen andere rockgroep die zo makkelijk met verschillende stijlen en
genres aan de haal ging als de Peppers dat deden.
Zoals zo vaak het geval is begint ook deze bio op de middelbare school, waar
zanger Anthony Kiedis samen met klasgenoten Flea (zijn echte naam is Michael
Balzary, maar dat heb je niet van ons, red.), Jack Irons (drums) en Hillel
Slovak (gitaar) een bandje opricht dat onder de naam Anthem School het schoolbal
onveilig maakt. Een paar jaar later, we schrijven intussen 1984, komt de groep
terug bijeen onder de naam Red Hot Chili Peppers en maakt furore met drie albums
- 'Red Hot Chili Peppers' (1984), het erg funky 'Freaky Styley' (1985) en 'The
Uplift Mofo Party Plan' (1987) - een zetje in de rug vanwege P-Funk keizer
George Clinton als producer op hun tweede album en een gimmick die kan tellen
door op het podium niets dan een lange sportsok over hun edele delen te dragen.
Het succes eist echter zijn tol, want in 1988 bezwijkt gitarist Hillel Slovak
aan een fatale overdosis heroïne en stapt drummer Irons op omdat ook Anthony
Kiedis' druggebruik angstwekkende proporties begint aan te nemen. Gelukkig weet
Kiedis zich te herpakken en de Peppers leggen met het aantrekken van gitarist
John Frusciante en drummer Chad Smith hun basisbezetting voor de volgende
decennia vast. De muzikale revanche komt er met 'Mother's
Milk' (1989)
dat met 'Knock Me Down' en een pittige cover van Stevie Wonders 'Higher Ground'
twee sterke singles in huis heeft en dus ook commercieel voor de nodige weerga
weet te zorgen.
De absolute werelddominantie komt er echter pas het volgende decennium, wanneer
RHCP zich met rockgoeroe Rick Rubin in een afgelegen landhuis (volgens de
overlevering zou het er zelfs gespookt hebben, red.) terugtrekken om hun magnum
opus 'Blood
Sugar Sex Magik'
(1991) op te nemen. Het album lijkt de hits wel uit te braken en zo gaan er maar
eventjes meer dan vier miljoen exemplaren wereldwijd over de toonbank en mogen
Kiedis en co zich vanaf dan supersterren gaan noemen.
Net voor de groep zijn platensucces ook op de festivalpodia wil gaan
verzilveren, moeten ze gitarist Frusciante laten gaan. De man is immers even
heroïneverslaafd als geniaal op gitaar en hij geeft er tijdelijk de voorkeur aan
zich te laten gaan in zijn door drugsroezen ingefluisterde solowerken. Geen
nood, want het toeval wil dat Dave Navarro (Jane's Addiction) op dat moment
zonder vaste job zit en een strakke snarenplukker als Navarro past perfect in
het intussen meer naar rock neigende groepsgeluid. Met Navarro op gitaar nemen
de Peppers 'One
Hot Minute' (1995) op
en buiten de merkbare stijlverandering die een nieuwe gitarist met zich
meebrengt, valt de plaat ook vooral op door de ernst die meer en meer in Kiedis'
lyrics begint te sluipen, soms met echte pareltjes tot gevolg.
De samenwerking met Navarro blijkt echter maar een album te beslaan, want de
groep sluit een intussen "cleanere" Frusciante opnieuw in de armen nadat Navarro
vertrekt om zijn eerste soloalbum ('Trust
No One', uiteindelijk
verschenen in 2001, red.) op te nemen. Met de herboren Frusciante lijkt ook de
magie van op 'Blood
Sugar Sex Magik'
teruggevonden en zo tekenen de Peppers met 'Californication'
(2001) voor een tweede meesterwerk. De plaat toont vooral aan dat het ingetogen
plukwerk van Frusciante net iets beter tot zijn recht komt binnen het
groepsgeluid, hoe geniaal het gitaarspel van Dave Navarro ook is. 'Californication'
is ook commercieel weer een voltreffer want 'Scar Tissue', 'Otherside', 'Road
Trippin' en natuurlijk het titelnummer zijn weer kanjers van hits.