Phil Collins

 

 

Phil Collins werd op 31 januari 1951 geboren in de Londense wijk Chiswick. Als kind was hij te bewonderen in de musical ‘Oliver’ en speelde hij ook een klein rolletje in de filmversie van de musical. In 1964 was de toen 13-jarige Phil een paar seconden te zien in de Beatles-film ‘A Hard Days Night’.
Zijn muzikale carričre begon toen hij in 1969 drummer werd van de Engelse jazzrockgroep Flaming Youth, om een jaar later over te stappen naar de symfonische rockformatie Genesis. Toen de toenmalige zanger Peter Gabriel in 1974 bekend maakte de groep te verlaten, wierp Collins zich op als zanger. Om toch lekker te kunnen drummen richtte Collins met een aantal bevriende muzikanten het hobbybandje Brand X op. De groep bracht in totaal zeven albums uit en viel in 1980 uit elkaar.
In 1981 verscheen Phil Collins’ eerste soloalbum ‘Face Value’. Met de van dit album afkomstige single ‘In The Air Tonight’ scoorde hij een ontzettende wereldhit. Collins liet zich voor het album inspireren door zijn in 1978 stukgelopen huwelijk. Voor zijn tweede soloalbum ‘Hello, I Must Be Going’ (1982) nam Phil een cover op van de bekende Supremes-hit ‘You Can't Hurry Love’, dat moeiteloos de eerste plaats van de Nederlandse hitlijsten bereikte. Het titelnummer van de film ‘Against All Odds’ groeide in 1984 eveneens uit tot een klassieker, waardoor Phil Collins definitief uitgroeide tot een superster.
Tussen zijn drukke werkzaamheden door produceerde Phil veel albums van bevriende artiesten; zo riep Earth, Wind & Fire-zanger Philip Bailey zijn hulp in voor zijn soloalbum en belandde hun duet ‘Easy Lover’ (1985) hoog in de hitlijsten. Phils derde album ‘No Jacket Required’ (1985) leverde sympathieke Engelsman hits op als ‘Sussudio’ en ‘One More Night’.
In 1988 hield Phil zich weer bezig met een oude liefde: acteren. Hij speelde de hoofdrol in ‘Buster’, een film over het leven van de crimineel Buster Edwards, een van de plegers van de beruchte Grote Treinroof uit 1963. Bijna als vanzelfsprekend werd de bijbehorende soundtrack een groot succes en scoorde Collins met de Wayne Fontana-cover ‘Groovy Kind Of Love’ en ‘Two Hearts’, een duet met Motown-componist Lamont Dozier, opnieuw grote hits.
In 1989 verscheen ‘But seriously…’, waarop Phil wat zwaardere onderwerpen aansneed dan we van hem gewend waren. Zo handelde de hit ‘Another Day In Paradise’ over daklozen en stond zijn wereldtournee geheel in het teken van liefdadigheid: in elk land waar hij optrad schonk hij een bedrag aan een liefdadigheidsinstelling voor daklozen. De concertregistratie ‘Serious Hits… Live’(1990) ging als warme broodjes over de toonbank.
Je zou bijna vergeten dat Collins ook nog steeds deel uitmaakte van Genesis en de eerste helft van de jaren negentig stond dan ook in het teken van een nieuw Genesis-album. Toen deze in 1992 gereed was (en de grote hit ‘We Can’t Dance’ had opgeleverd), bracht Collins in 1993 zijn nieuwe album ‘Both Sides’ uit. De populariteit van Phil leek echter ietwat gedaald te zijn, want het album leverde hem echte geen hitsingles op.
Midden jaren negentig scheidde Phil van zijn tweede vrouw Jill en begon hij een relatie met een veel jongere vriendin, wat hem veel media-aandacht opleverde. Verder maakte hij bekend definitief uit Genesis te stappen om zich volledig te concentreren op zijn solocarričre. Zijn volgende album ‘Dance Into The Light’ (1996) flopte, maar de compilatie ‘Hits!’ (1998) verkocht weer als vanouds. Phil verraste vriend en vijand met ‘A Hot Night In Paris’ (1999), waarop hij liet horen ook goed uit de voeten te kunnen met bigband. In 2000 verzorgde Phil de soundtrack van de Walt Disney-film ‘Tarzan’.