Gwen Stefani

Zangeres uit Anaheim, Californië, die midden jaren negentig populair wordt met de band No Doubt en in ’05 een soloplaat uitbrengt. In 1987 richten zanger John Spence en toetsenspeler Eric Stefani de skaband No Doubt op. Ze vragen Gwen, het zusje van Eric, als achtergrondzangeres. Datzelfde jaar nog berooft Spence zich van het leven, waardoor Gwen zich genoodzaakt ziet leadzangeres te worden. No Doubt zal de komende jaren zo vaak optreden als schoolwerk het toelaat en komt in het voorprogramma van bands als Red Hot Chili Peppers, Mano Negra en Ziggy Marley.

Een stabiele bandbezetting ontstaat met Tom Dumont (gitaar), Adrian Young (drums) en Tony Kanal (bas), met wie Gwen een relatie krijgt. In 1992 komt debuut (2) uit, op Interscope Records. Een plaat vol zonnige skapunk en new wave, die in de dan heersende populariteit van de grunge amper wordt opgemerkt. Reden voor Eric Stefani om ermee op te houden.

De overige leden beginnen aan wat uiteindelijk (4) moet worden. Het in eigen beheer uitgegeven (3) bevat nummers die (4) niet zullen halen. Als (4) dan eindelijk verschijnt, blijkt het de juiste plaat op het juiste moment. De singles schieten de hitparades in, (4) gaat miljoenen malen over de toonbank en de bevallige Gwen wordt door pers en jong publiek ontdekt als popdiva die het in zich heeft popkoningin te worden. Ze hoeft haar kapsel maar te veranderen of het is voorpaginanieuws.
Zo wordt ze, tegen wil en dank, niet alleen het gezicht van de band, maar vooral ook dé band.

Nog voor de uitgave van (4) loopt de relatie van Gwen en Kanal op de klippen. Stefani schrijft daarover de ballad Don't Speak. Het nummer wordt een wereldhit. Het regent ook onderscheidingen en Grammy’s voor de band. Na een hectische periode van wereldwijd toeren, verschijnt in ’00 (5), waarna het circus weer opnieuw begint, alleen net iets groter. Gwen staat op de voorkant van vrijwel ieder tijdschrift, waarbij vooral haar oog voor uitdagende en oorspronkelijke mode opvalt. Onder de naam L.A.M.B. zal ze weldra een modelijn opzetten.

Voor (6) werkt No Doubt onder andere samen met dancehallproducers Sly & Robbie, Steelie & Cleevie, Nellee Hooper, Timbaland, Mark Stent, William Orbit en Prince. Op de plaat wordt dancehall aan new wave pop gekoppeld zomer, zon, gezelligheid. Gwen Stefani neemt met rapster Eve de single (en hit) Let Me Blow Ya Mind op. Samen met een hele reeks artiesten (o.a. Bono, Britney Spears en Destiny’s Child) wordt What’s Going On van Marvin Gaye gecoverd als benefiet voor de slachtoffers van de terroristische aanslagen van 9-11 in New York. In ’03 verschijnen op dezelfde dag singleoverzicht (7), concertregistratie op DVD Live In The Tragic Kingdom en 2CD+DVD Boom Boox, waarop singles, zeldzame tracks en videoclips verzameld staan (waarvan de inhoud later afzonderlijk verkrijgbaar wordt).

Ter afwisseling en om eens met andere mensen dan de leden van No Doubt samen te werken, besluit Stefani in ’04 een soloplaat te maken. In 2005 verschijnt het met veel bekende producers – o.a. Nellee Hooper, Dr. Dre en The Neptunes – gemaakte (1). Een plaat die een afwisselende mix van allerhande clubpopstijlen biedt en waarmee Stefani zich als aantrekkelijk alternatief presenteert voor wie genoeg heeft van Madonna en Britney Spears.

 

Terug naar Hoofdindex