Grace Jones

Geboortedatum: 19-5-1952 Ex-topmodel Grace Jones groeit in de vroege jaren tachtig uit tot een van de belangrijkste vertegenwoordigsters van elegante, exhibitionistische en decadente, maar verantwoorde dansmuziek welke men in mondaine discotheken pleegt te draaien. Ze wordt op Jamaica geboren als dochter van een dominee en verhuist op haar twaalfde met haar ouders naar Syracuse, New York. Haar grootste hobby is het paraderen in extravagante kleding en wat in de sterren geschreven stond gebeurt ook: Grace wordt fotomodel. Als ze begin twintig is verhuist ze naar Parijs, waar ze zich met Jerry Hall (de latere vriendin van Bryan Ferry en daarna Mick Jagger) in de kijker van gerenommeerde fotografen weet te spelen door topless in disco’s te verschijnen en overal stennis te schoppen. Tijdens een feestje in een restaurant danst ze op de tonen van "Dirty 01’ Man" van The Three Degrees op tafel en wordt ontdekt door een platenproducer. Ze maakt drie singles: I Need A Man, Sorry en That’s The Trouble, die het in Frankrijk redelijk doen. Internationaal begint haar carrière pas met "PORTFOLIO", waarop de bovengenoemde nummers in een nieuwe produktie van Tom Moulton staan, evenals de single "La Vie En Rose", een oud Edith Piaf-succes. Na dit debuut staat ze in het middelpunt van de belangstelling in de Newyorkse discoscene. Haar show is nogal spectaculair: ze treedt op met een gekooide poema en rost bijna geheel ontklede mannen af met een zweep. Met "WARM LEATHERETTE" zet een stijlverandering naar een artistiek meer verantwoord product in. Haar elpees worden vanaf dat moment geproduceerd door Island-opperhoofd Chris Blackwell en Alex Sadkin en de belangrijke styling komt in handen van topfotograaf Jean-Paul Goude, die ook verantwoordelijk is voor haar opvallende blokkapsel. Op "WARM LEATHERETTE", "NIGHTCLUBBING" en "LIVING MY LIFE" wordt ze begeleid door de top-ritmesectie van de reggae, Sly Dunbar en Robbie Shakespeare. Op "NIGHTCLUBBING" staan eveneens de singles Demolition Man, een Police-cover, en I’ve Seen That Face Before (Libertango), een bewerkte Astor Piazzolla-compositie die een wereldhit wordt. Gelijk met de videoregistratie van haar koele en strakvormgegeven One Man Show verschijnt "LIVING MY LIFE", waarop een belangrijk compositorisch aandeel wordt geleverd door sessiegitarist Barry Reynolds. Afgezien van de grotere nadruk op zelfgeschreven materiaal borduurt de plaat te veel voort op de formule van "WARM LEATHERETTE" en "NIGHTCLUBBING" om grote verrassingen te bieden. Medio ’83 verklaart Grace Jones zich te willen concentreren op een filmcarrière. Naast Arnold Schwarzenegger verschijnt ze in Conan The Destroyer, gevolgd door een rol in de James Bond-film A View To A Kill. In ’85 vervolgt ze haar platenloopbaan op het Newyorkse Manhattan-label met het door Trevor Horn geproduceerde "SLAVE TO THE RHYTHM". Voor het matige "INSIDE STORY" wordt Nile Rodgers ingehuurd, die niet kan voorkomen dat Grace Jones, afgezien van de single I’m Not Perfect (But I’m Perfect For You), voornamelijk opvalt door haar prominente aanwezigheid in reclamecampagnes voor Honda en Citroën. Ze vervult gastrollen op de single Election Day van Arcadia. In augustus ’87 geeft ze voor de afgeroomde jet-set een ‘Private Party’ in de Amsterdamse Roxy. Na dit voorlopig laatste muzikale levensteken volgen in de jaren erna de incidenten rondom haar persoon elkaar in ijltempo op. Zo wordt Grace in Kingston, Jamaica wegens wangedrag uit een vliegtuig gezet en geeft ze haar minnaar, de reggae-muzikant Christopher Stanley, als vermist op. Door American Express wordt ze voor het gerecht gesleept vanwege het niet betalen van een uitstaande rekening van zo’n 280 000 gulden. In april ’89 belandt ze in een Jamaicaanse gevangenis als de politie bij een inval in haar vakantieverblijf een hoeveelheid cocaïne vindt. In de cel doet ze vervolgens de inspiratie voor "BULLETPROOF HEART" op.

Terug naar Hoofdindex