Eric Clapton

Engelse bluesgitarist, die binnen de popmuziek zijn status als gitaarheld slechts ziet geëvenaard door Jimi Hendrix. Eric Patrick Clapp wordt geboren te Ripley in het Engelse graafschap Surrey. Hij studeert aan de Kingston Art School en gaat in '63 als vervanger van Brian Jones spelen bij The Roosters. Na nog even te hebben gespeeld in Casey Jones & The Engineers treedt hij in datzelfde jaar toe tot The Yardbirds. Als die groep besluit zich op de hitparade te gaan richten, stapt de 'bluesman' Clapton op. Hun eerste hit For Your Love is de laatste Yardbirds-single waarop 'Slowhand', zoals men hem dan noemt, meedoet. Vanaf april '65 speelt hij dik een jaar lang in John Mayall's Bluesbreakers. Het betekent zowel artistiek als commercieel gezien de meest succesvolle periode voor deze legendarische band, die met het album Bluesbreakers volop doorbreekt. Clapton zingt en speelt op die plaat de sterren van de hemel; hij is de eerste Engelse gitaarprins en in aanbidding schrijven fans 'Clapton is God' op de muren. In juli '66 verlaat hij Mayall om samen met zanger/ bassist Jack Bruce (uit de Bluesbreakers) en drummer Ginger Baker (ex-Graham Bond Organisation) Cream op te richten. Clapton weet niet wat hij zich op de hals haalt. In muzikaal opzicht passen bassist en drummer perfect bij elkaar, maar op het persoonlijk vlak blijken het twee kemphanen die elkaar bij voortduring in de haren zitten. Als groep blijkt de combinatie echter van meet af aan een succes door de unieke bundeling van Claptons furieuze blueslicks en de jazzy basis van de ritmesectie. Anders dan bij de in haar kielzog opduikende powertrio's als bijvoorbeeld The Jimi Hendrix Experience (waar Hendrix' vocalen en gitaarspel de dienst uitmaken) is Cream een samenwerkingsverband van drie gelijkwaardige musici. De groep verwerft zich van meet af aan een grote faam als live-act. In nummers met lange, geïmproviseerde gedeelten leveren de drie instrumentalisten op de bühne ware veldslagen. "FRESH CREAM" bevat voornamelijk bluesnummers, maar "DISRAELI GEARS" en "WHEELS OF FIRE" laten horen dat de groep veel meer kan. De blues dient daarop slechts als basis voor psychedelische experimenten. In '68 staat Cream op het toppunt van haar roem: alle albums zijn millionsellers en als live-attractie kent de groep haar gelijke niet. Met name Clapton heeft echter ondanks alles het gevoel muzikaal te stagneren en eind dat jaar besluit men daarom uit elkaar te gaan. Het laatste concert vindt plaats op 26 november in de Royal Albert Hall in Londen, juist op het moment dat Cream met White Room haar grootste hit scoort. Na het emotionele optreden maakt Cream nog de uitstekende afscheidsplaat "GOODBYE", die voor de helft bestaat uit studio- en voor de andere helft uit live-materiaal. Twee albums met eerder gemaakte live-opnamen volgen nog: "LIVE CREAM" en "LIVE CREAM VOL. 2". Bruce gaat na Cream op de solotoer. Het hardrocktrio West, Bruce & Laing is een soort tweederangs Cream. Clapton haalt eind '68 Steve Winwood over om zijn band Traffic op te doeken en met hem in zee te gaan. Die samenwerking resulteert in de groep Blind Faith, die onmiddellijk van de pers het etiket 'supergroep' krijgt opgeplakt. Bassist Rick Grech (middenin een Amerikaanse tournee weggekocht van de Engelse formatie Family) en Ginger Baker vullen het duo aan. Blind Faith's live-debuut vindt plaats in het Londense Hyde Park gedurende een 'free concert' dat door zo'n 120 000 mensen wordt bijgewoond. Het eerste (en enige) album "BLIND FAITH" is een groot commercieel succes, maar de direct daarop volgende Amerikaanse tournee valt door gebrekkige voorbereiding tegen en het gezelschap valt al snel uit elkaar. Ginger Bakers verdere carrière volgt een grillig pad via jazzrock (Air Force), afro-jazz met Fela Kuti, hardrock (Baker Gurvitz Army) en new age fusion naar de twee generaties jongere Cream-erflaters Masters Of Reality. Clapton treedt in '69 voor korte tijd toe tot John Lennons Plastic Ono Band. Hij is te horen op hun Live Peace In Toronto en de eerste studioplaat van de Plastic Ono Band. De eerste drie maanden van 1970 gaat Eric Clapton als begeleider op tournee met de southern soul-rock revue van Delaney And Bonnie. Een registratie daarvan is te horen op het live-album Delaney And Bonnie And Friends On Tour (Atco '70). Deze groep is ook prominent aanwezig op "ERIC CLAPTON", Claptons eerste soloplaat waarop ook pianist Leon Russell een belangrijke rol speelt. Het publiek reageert teleurgesteld op de plaat omdat er geen spectaculair gitaargeweld op te horen is. Wel levert de plaat een hit op met After Midnight, een compositie van de dan nog volslagen onbekende J.J. Cale. In mei '70 formeert Clapton een nieuwe groep met drummer Jim Gordon, bassist Carl Radle en toetsenman Bobby Whitlock. De naam is Derek & The Dominos. Na een zomertoer door het Engelse clubcircuit reist de groep af naar Miami om daar onder productionele leiding van Tom Dowd "LAYLA AND OTHER ASSORTED LOVE SONGS" op te nemen. Tijdens de opnamen voegt Clapton slidegitarist Duane Allman van de Allman Brothers Band toe aan de groep. Allmans bijtende slidegitaarwerk en Claptons briljante soli en soms hartverscheurende vocalen maken de plaat tot een van de klassieke rock(dubbel)albums, twee decennia later overigens door Polydor met alle resterende studiomateriaal aangevuld tot de monsterlijke 3CD-box The Layla Sessions/20th Anniversary Edition. Tijdens de opnamen vloeien echter niet alleen muzikale lijnen. Enkele jaren later zal Clapton verklaren dat de 'Layla'-sessies vrijwel ondergesneeuwd waren door de hoeveelheden heroïne. Daarvan is evenwel nog niets bekend als hij met Derek And The Dominos gaat toeren, zoals ook de inspiratiebron (Claptons hopeloze liefde voor Patti Boyd, dan nog echtgenote van Beatles-gitarist George Harrison) voorlopig in nevelen gehuld blijft. Tijdens de opnamen voor een tweede plaat in april '71 wordt de groep echter ontbonden. Materiaal van die sessies wordt pas in '88 via "CROSSROADS" uitgebracht. Clapton, inmiddels zwaar verslaafd, trekt zich terug en duikt alleen in augustus '71 nog even op om mee te werken aan het legendarische Bangla Desh-concert, georganiseerd door George Harrison. Op 13 januari '73 doet Pete Townshend een poging Clapton uit zijn verslavingsroes te halen en organiseert een comeback-concert voor hem in het Londense Rainbow Theatre, waaraan een keur van bekende musici (o.a. Winwood, Ron Wood en Townshend zelf) zijn medewerking verleent. De Engelse pers strooit met lovende recensies, maar Clapton is nog niet toe aan een wederopstanding, zoals duidelijk blijkt uit de live-opnamen die "ERIC CLAPTON'S RAINBOW CONCERT" vullen. In '73 verschijnt tevens "IN CONCERT" met opnamen uit '71. Zijn werkelijke comeback maakt de inmiddels met behulp van een elektro-acupunctuurbehandeling afgekickte Clapton met "461 OCEAN BOULEVARD", dat hem met zijn cover van Bob Marley's I Shot The Sheriff een wereldhit oplevert. Zijn nieuw hervonden levenslust is door het hele album voelbaar, maar komt het best tot zijn recht op Let It Grow. Het grote publiek kan het resultaat waarderen, want over de hele wereld vliegt het album de deur uit. Hoewel zijn relaxte stijl mijlenver verwijderd ligt van Cream en zijn bluesverleden, komt 461 Ocean Boulevard midden jaren zeventig precies op het juiste moment. Een zonnig hoogtepunt in Clapton's carrière. Ook privé gaat het beter met Clapton, die inmiddels Patti 'Layla' Boyd aan zijn zijde weet. Maar de albums die volgen op "461 OCEAN BOULEVARD" zijn minder en tevens wordt zijn laid-backmuziek te voorspelbaar. Door zijn heroïneverslaving heeft Clapton een metamorfose ondergaan. De vroegere gitaargod, die met zijn opzwepende spel het publiek in extase wist te brengen, is nu beduidend minder energiek; hij is zelfs bang voor al te enthousiaste reacties. Bovendien manifesteert hij zich meer als zanger en is zijn gitaarspel naar het tweede plan verdrongen. Uit deze periode is slechts de dubbelaar "JUST ONE NIGHT", opgenomen in Budokan en met begeleiding van o.a. gitarist Albert Lee en pianist Chris Stainton, de moeite waard. In '81 zweert de voormalige meestergitarist ook de alcohol af, nadat hij middenin een Amerikaanse tournee in allerijl naar een ziekenhuis wordt vervoerd, alwaar hij tijdens een spoedoperatie van 13 (!) maagzweren wordt verlost. Op "MONEY AND CIGARETTES" treedt een herboren Clapton aan die, opgezweept door met name de Muscle Shoals-ritmesectie Roger Hawkins (drums) en Donald 'Duck' Dunn (bas), met vaart en verve weer de blues speelt. Claptons herwonnen zelfvertrouwen komt goed aan het licht als hij aan het eind van dat jaar de (live-)confrontatie aandurft met de twee andere ex Yardbirds-gitaristen Jeff Beck en Jimmy Page tijdens de door hem georganiseerde ARMS (Action Research into Multiple Sclerosis) benefietconcerten. In '84 werkt hij mee aan het solo-album The Pros And Cons Of Hitch Hiking van Pink Floyd-bassist Roger Waters en speelt hij als begeleider mee tijdens diens tournee. De opgaande lijn wordt doorgetrokken op "BEHIND THE SUN", een plaat die voorjaar '85 uit komt en materiaal bevat van sessies met Phil Collins als producer, alsmede van sessies die in de Verenigde Staten worden geproduceerd door Ted Templeman en Lenny Waronker. De Collins-sessies leveren de muzikale (blues-) hoogtepunten op, die van de Amerikanen de commerciële (pop)successen. Desondanks wordt voor "AUGUST" opnieuw Collins als producer aangetrokken, die ditmaal beduidend minder eerbied opbrengt voor Claptons muzikale erfenis en hem min of meer degradeert tot zanger van de Phil Collins Band. Naast zijn optredens onder eigen vlag verschijnt Clapton ook als gast bij diverse collega's. Zo staat hij samen met Dire Straits op Nelson Mandela's 75th Birthday Tribute, wat hem middels het uit '78 stammende Wonderful Tonight zijn vooralsnog grootste hit in Nederland oplevert. In '88 viert Clapton ook zijn 25-jarig jubileum als muzikant met de CD-Box "CROSSROADS", een chronologisch overzicht van zijn carrière met niet eerder gepubliceerd materiaal uit de BBC-archieven van Cream, restopnamen van Blind Faith en de tweede, nooit uitgebrachte plaat van Derek And The Dominos. In '89 verschijnt het succesvolle "JOURNEYMAN", geproduceerd door Russ Titelman. Het begrip 'Journeyman' staat voor vakman, maar ook voor veteraan. Zo ziet Clapton zich, liever dan als gitaarheld. De helft van de songs op "JOURNEYMAN" is geschreven door Jerry Williams. In maart '91 krijgt Clapton een enorme slag te verwerken. Zijn 4-jarig zoontje Conor (zijn enig kind, geboren uit een kortstondige verhouding met de Italiaanse actrice Lori del Santo) komt om het leven door een val van 200 meter uit een openstaand raam. Een half jaar eerder overlijdt zijn vriend Stevie Ray Vaughan bij een helicopterongeluk. Clapton zoekt vergetelheid in een stortvloed van projecten. Het eerste is "24 NIGHTS", een dubbele live-plaat met opnamen uit '90 en '91 van zijn inmiddels traditionele optredens in de Londense Royal Albert Hall. De meestergitarist wordt daarop begeleid door o.a. ex Chuck Berry-pianist Johnny Johnson en het National Philharmonic Orchestra onder leiding van Michael Kamen. Clapton schrijft muziek voor de film Rush, "CREAM OF CLAPTON", waaronder het aangrijpende Tears In Heaven over zijn overleden zoontje. Ook slaagt hij er eind '91 in zijn vriend George Harrison te verleiden tot een terugkeer op het podium. Het voor MTV opgenomen "UNPLUGGED" is zowel commercieel als artistiek bijzonder geslaagd. Ook akoestisch blijkt de grootmeester op de elektrische gitaar tot grote daden in staat. Het repertoire op "UNPLUGGED" belicht alle fasen uit zijn carrière. De bluessongs laten hem bovendien horen op een muzikale zoektocht naar zijn Amerikaanse roots, waarbij hij zich schatplichtig toont aan o.a. Big Bill Broonzy, Leadbelly, Bo Diddley en vooral Robert Johnson. In juni '92 maakt Clapton indruk met zijn optreden in de Rotterdamse Kuip. Begin '93 ontvangt hij maar liefst zes Grammy Awards, de hoogste onderscheiding in de Amerikaanse muziekindustrie, voor Tears In Heaven en voor "UNPLUGGED". Ook wordt Cream bijgezet in de Rock & Roll Hall Of Fame, ter gelegenheid waarvan dit drietal voor het eerst sinds '68 weer gezamenlijk optreedt. Bruce en Baker gaan vervolgens samen met Gary Moore door als BBM (zie GARY MOORE). Van Derek & The Dominos verschijnt in '94 "LIVE AT THE FILLMORE" met concertopnamen uit oktober '70. Clapton keert met het 'live' in de studio opgenomen "FROM THE CRADLE" opnieuw terug naar zijn roots en doet waar veel fans van het eerste uur jaren op hebben gewacht: uitgebreid soleren op zijn elektrische gitaar. Bij de concerten die hij in april '95 onder de noemer Eric Clapton Plays The Blues in ons land geeft, blijken de fans in twee kampen verdeeld. De ene helft juicht zijn puristische aanpak toe, de andere vindt het een saaie geschiedenisles met een overdaad aan ellenlange gitaarsoli en hoort liever hits als Layla, Wonderful Tonight en Tears In Heaven. Aan de rij hitparadesuccessen voegt hij er in '96 weer een toe: Change The World van de soundtrack van de film Phenomenon.

Terug naar Hoofdindex