De Dijk     
 
 
We schrijven 1976 als de band Stampei wordt opgericht. Geheel tegen de norm in,
combineren zij 'rock & roll muziek' met Nederlandse teksten. Regelmatig blijkt dat voor kroeg-eigenaren een reden om de band vooral niet te boeken. Daar tegenover staan echter ook een hoop positieve reacties. Voor de band zelf is het allemaal niet zo'n 'big issue'; het lijkt hun gewoon niet meer dan logisch om je bij het schrijven en zingen van liedjes van je moerstaal te bedienen. In de jaren die volgen speelt Stampei zich redelijk in de kijker. Hier en daar verschijnen lovende recensies en in 1979 wordt er zelfs een single uitgebracht bij platenmaatschappij Bovema: Blij dat het morgen maandag is. In plaats van het bruisende begin van een glansrijke carriere voor Stampei, blijkt dat echter het laatste wapenfeit van de band te zijn: een jaar later heft zij zichzelf op omdat een deel van de band zich op professionelere wijze met de muziek bezig wil gaan houden en het andere deel het liever als hobby- project wil blijven beschouwen.

De 'harde kern' van Stampei, te weten zanger Huub van der Lubbe, bassist Hans van der Lubbe en de gitaristen Nico Arzbach en Bert Stelder, besluiten een doorstart te maken onder de naam
De Dijk, vernoemd naar de Amsterdamse Zeedijk. Hun handelsmerk, de Nederlandse teksten in combinatie met bepaald geen lullige muziek, wordt uiteraard gehandhaafd. Ook het management blijft ongewijzigd in handen van Jantien Keunen. Het allereerste optreden dat zij doen is het voorprogramma van Raymond van het Groenewoud in Paradiso, eind 1981. Op dat moment is de band er nog niet in geslaagd een drummer te vinden, zodat Nico onder het motto 'een instrument is een instrument' zelf de drumstokken maar ter hand neemt. Vlak na dit optreden vindt de band een drummer in de persoon van Daniel Derks; korte tijd later wordt deze alweer vervangen door Christan Muiser.
 
Na een optreden in Vara's Popkrant beginnen ook de platenmaatschappijen interesse te tonen in De Dijk. Via een Popkrant-medewerker belandt de band bij Dureco, hetgeen in 1982 resulteert in de allereerste single van De Dijk: Bloedend hart. Anders dan veel mensen denken wordt dit geen grote hit. De single komt niet eens de hitparade binnen. Dankzij het vele spelen en het feit dat de single wel regelmatig op de radio te horen is, begint de ster van De Dijk ondertussen toch te rijzen. In hetzelfde jaar wordt door Dureco de eerste LP van De Dijk uitgebracht, simpelweg De Dijk geheten. Er worden nog twee singles van deze LP getrokken, De stilte voor de storm en Zo dichtbij (deze laatste met het kekke B-kant-hoesje Juni nummer blz. 4). De grote doorbraak laat echter op zich wachten.

In
1983, in de aanloop naar de tweede LP Nooit meer Tarzan, besluit Christan Muiser de band te verlaten. Gelukkig draagt hij zelf een waardige vervanger aan in de persoon van Antonie Broek. Kort hierna wordt de band uitgebreid met toetsenist Pim Kops. Vlak voor de release van de LP besluit Bert Stelder het bijltje voor wat betreft De Dijk erbij neer te gooien. Op het inlegvel behorende bij de LP, beeldt de band het vertrek van Bert op jolige wijze uit door hem in een deuropening te laten verdwijnen. De oplettende lezer heeft reeds in de gaten dat dit het moment is dat De Dijk qua bezetting de gedaante heeft aangenomen zoals die nu, anno 2002, nog altijd is. Ook de tweede LP en de daarvan uitgebrachte singles (Nooit meer Tarzan, en Slow motion) brengen de band wel een hoop positieve reacties, maar nog geen landelijke roem.
 
Een jaar later switcht De Dijk van platenmaatschappij en laat zich strikken door Telstar. Zij brengen vlak na de overstap in 1984 de single Elke keer uit, waar niet zo veel mee gebeurt. In 1985 lijkt het dan eindelijk wèl te gaan gebeuren. De nieuwe LP Elke dag een nieuwe hoed komt uit, en de tweede single daarvan, Binnen zonder kloppen, maakt een vliegende start met veel airplay. Echter, hoewel deze single zeker bijdraagt aan de populariteit van De Dijk, en ook als 'radio-hit' omschreven kan worden, haalt ook dit nummer de top 40 niet. Ook de andere twee singles van dit derde album, Veel nacht & weinig maan ('85) en Groot hart ('86) doen niet erg veel op commercieel gebied. Wanneer de band een demo met liedjes voor het volgende album laat horen op de Telstar-burelen, maakt men daar de klassieke blah-blah-opmerking: 'We horen geen single'. Vrij vertaald: de nieuwe nummers worden afgekeurd door de platenmaatschappij.
 
De bandleden voelen er weinig voor om de pijp aan Maarten te geven. De naam van De Dijk als goede live-act is, mede dankzij het optreden op Parkpop te Den Haag in 1985, nog altijd groeiende. Er komen steeds meer optredens binnen, en de optredens worden ook gestaag drukker bezocht. Bovendien gelooft de band zelf wel degelijk in de potentie van de nieuwe nummers. Gelukkig lukt het om het langlopende contract met Telstar te ontbinden. Platenmaatschappij Phonogram toont zich wèl enthousiast over het materiaal voor de vierde LP. En dat schatten zij goed in: de eerste single die bij Phonogram uit komt, in 1987, is Mag het licht uit. Het eerste top-40 succes van De Dijk is hiermee een feit en de band breekt door naar het grote publiek. De vierde LP, Wakker in een vreemde wereld, wordt de best verkopende tot dan toe. Eind 1987 ontvangt de band een Zilveren Harp, de prijs voor veelbelovende Nederlandse artiesten. Ondertussen blijft de lijst met optredens maar groeien. De stapel zeer positieve recensies ook.

In
1989 komt, uiteraard wederom bij Phonogram, alweer het vijfde album van De Dijk uit: Niemand in de stad. Alle singles die van dit album worden getrokken (Ik kan het niet alleen, Nergens goed voor en Wat een vrouw) kunnen zó in het rijtje der klassiekers van de Nederlandse popmuziek worden bijgeschreven. Nergens goed voor wordt zelfs de eerste top 10 hit van De Dijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Niemand in de stad het album is dat als eerste de gouden status behaalt (toendertijd 50.000 verkochte exemplaren). Met Niemand in de stad vestigt De Dijk haar naam als een van de grootste Nederlandse bands definitief.
 
Het daarop volgende jaar, 1990, staat geheel in het teken van het live-gebeuren. Ontzettend veel optredens en bovendien de release van de eerste live CD van De Dijk. Als single wordt, net als in 1982, Bloedend hart uitgebracht, maar deze keer de live versie. En nu weet het nummer wel door te dringen tot in de top 40! Ook wordt de band uitgenodigd om op te treden tijdens het New Music Seminar te New York. In de legendarische club The Bitter End (waar ook bijvoorbeeld Curtis Mayfield, Joni Mitchell en Bob Dylan ooit op het podium stonden, om maar eens wat names te droppen) levert De Dijk het bewijs dat Nederlandstalige teksten geen belemmering hoeven te vormen voor een swingend avondje uit, ook al spreekt het publiek louter onvervalst Amerikaans.

In de daarop volgende drie jaren consolideert De Dijk de status als grote live-act en worden er tevens twee nieuwe CD¹s uitgebracht:
Nooit genoeg ('91) en Zeven levens ('92). Vanaf de tour in 1992 wordt de band vast vergezeld door de Hot Haarlemmer Dijk Horns, oftewel Roland Brunt op saxofoon en Mike Booth op trompet. Eerstgenoemde heeft sinds de release van het live-album in 1990 al een aantal tours meegedraaid, laatstgenoemde wordt aangetrokken ter vervanging van de vertrekkende trompettist Dirk Beets. Een gouden greep naar zal blijken, want tot op heden is de succesformule 'De Dijk met de Hot Haarlemmer Dijk Horns' ongewijzigd gebleven.
 
In 1993 wordt de band bekroond met een Gouden Harp, de onderscheiding wegens 'grote verdiensten voor de Nederlandse lichte muziek'.

1994 is het jaar van de releases. Aan het begin van het jaar verschijnt de koopvideo De Dijk live in Paradiso. Ook wordt er een boek uitgebracht met alle teksten en de bladmuziek van het album Zeven levens. In het najaar verschijnt de achtste studio-CD: De blauwe schuit. De eerste single van dit album, Als ze er niet is, bereikt de allerhoogste regionen van de hitparade en is tot op heden op papier de grootste hit van De Dijk ooit. Als klap op de vuurpijl ontvangt de band hun eerste platina album (100.000 verkochte exemplaren) voor het album De Dijk live.

Terwijl er 'niet eens' een album uitkomt is
1995 een top-jaar op De Dijk-gebied. Allereerst wordt de band uitgenodigd om 50 jaar bevrijding te
vieren middels een helicopter-tour langs een aantal bevrijdingsfestivals. In het kader hiervan brengt de band ook een speciale bevrijdings-single uit: Heb je het hart. Vervolgens staat De Dijk voor de tweede maal op Parkpop, waar het record-aantal van zo'n half miljoen mensen bij aanwezig is. In diezelfde maand ontvangt de band uit handen van niemand minder dan Joe Cocker een platina exemplaar van De blauwe schuit, waarvan de verkopen inmiddels ook de 100.000 ruim gepasseerd zijn. En alsof dit album nog niet voldoende gelauwerd is, wordt het eind 1995 ook nog eens bekroond met de hoogste onderscheiding op muziekgebied: de Edison. Ook wordt in 1995 het boek Melkboer met de blues uitgebracht; een prachtig boek vol teksten van Huub, waarvan er veel uiteraard bekend zijn geworden als songtekst van De Dijk.
 
In 1996 wordt De Dijk in het kader van het Peter de Grote jaar door het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om de culturele manifestatie te Sint Petersburg muzikaal op te luisteren. Ook daar bewijst de band dat het niet persé noodzakelijk is de teksten te verstaan wil je de muziek kunnen waarderen. De optredens die zij in St. Petersburg doen, zijn zo¹n doorslaand succes dat zij enkele maanden later, in 1997, wederom naar Rusland afreizen. Nu voor een vijftal optredens in Moskou. Vandaag de dag worden deze Russische optredens door veel band- en crewleden nog altijd als hoogtepunt in hun De Dijk-carrière gememoreerd.

Ook in 1997 verschijnt het album De stand van de maan en de singles Laat het vanavond gebeuren, Stampvol café en Wanhoop niet. Alle singles halen de hitparade tegenwoordig, en ondertussen wordt het ene na het andere album goud dan wel platina. Wat een weelde. Zelfs Wakker in een vreemde wereld weet bijna tien jaar na de release goud te oogsten!
 
In 1998 reist De Dijk op uitnodiging van een paar ondernemende types voor het eerst af richting Nederlandse Antillen voor een 'ABC-tourtje'. Zo'n beetje het tegenovergesteld van de Russische tournees qua sfeer en omgeving. Desalniettemin slaat de vonk ook hier over en hebben band en publiek een wereldtijd. Inmiddels wordt De Dijk al enkele jaren overal en nergens vergezeld door een schaduw met een fototoestel: Bob Bronshoff. Als de band iets bijzonders meemaakt is hij erbij. En, belangrijker, legt hij het vast. Eind 1998 verschijnen zijn mooiste foto¹s van De Dijk, voorzien van teksten van de hand van Huub, in het boek Voor de klik van het moment. Ook worden er in die periode maar liefst twee albums gereleased: het live-album Voor de tover en het compilatie-album Het beste van De Dijk. Laatstgenoemde wordt zó snel platina dat de platenmaatschappij (nog altijd Phonogram, inmiddels omgedoopt tot Mercury) niet eens tijd heeft om de gouden status te vieren!

Eind 1998 kondigt de band een jaartje adempauze aan.
1999 zal een Dijkloos jaar worden. Tijd om de accu weer eens op te laden. Uiteraard wordt er in de media en muziekland druk gespeculeerd over de vraag of dit het definitieve einde van De Dijk zal betekenen. Niets blijkt minder waar.
 
Het einde van het jaar sabbatical wordt in maart 2000 gevierd met een optreden in Austin, Texas. Tijdens het beroemde SXSW-festival aldaar. Een druk bezocht optreden in een onvervalste Tiroler-American ambiance. Ook doet de band een aantal nummers live op de Amerikaanse radio, onder andere bij het lokale station KUT-fm. (Spreek uit: Keee Joeoeoe Tieieie Reedio....not!) Terug in Nederland worden de opnamen voor het tiende studio-album, Zevende hemel, afgerond. Qua productie wordt Antonie dit keer bijgestaan door JB Meijers. De Dijk klinkt verfrist en vernieuwd, het jaartje bezig zijn met ander zaken heeft de band hoorbaar goed gedaan. Voor het eerst in hun carrière wordt de band uitgenodigd om op Pinkpop te spelen. Daar wordt de nieuwe single Als het golft gepresenteerd. Een explosievere terugkeer na het jaar vrijaf had de band zich niet kunnen wensen. De beelden van de enorme zee golvende armen zullen voor altijd op menig netvlies gebrand blijven.

In
2001 wordt er weer volop gespeeld in alle hoeken en gaten van Nederland. Het bekende De-Dijk-kleef-aan-effect blijft ook dit keer niet achterwege: sinds de samenwerking rond de Zevende hemel speelt JB tegenwoordig met alle live-optredens mee. Ook reist de band ­ wegens het succes in 1998 opnieuw uitgenodigd ­ wederom af richting Caraïben.

Voorjaar
2002 wordt er niet gespeeld. De band is bezig met de opnamen voor de elfde studio-CD welke in de zomer van dit jaar uit zal komen. Hoewel, niet gespeeld, niet gespeeld, hierop zijn wat uitzonderingen te melden. Allereerst "moet" de band wéér de oceaan oversteken voor een aantal optredens. Deze keer echter geen ABC'tje maar een CBS'je, oftwel Curaçao, Bonaire en... Suriname!
 
Bovendien moet er natuurlijk gevierd worden dat het dit jaar 20 jaar geleden is dat de eerste plaat van De Dijk uit kwam. Dit zal de band in stijl doen middels een aantal bijzondere optredens op 8 juni in Ahoy en op 14 en 15 juni in de Heineken Music Hall. Hoe het daarna verder zal gaan?