Cat Stevens
Cat Stevens (echte naam: Stephen Demetri Georgiou) wordt op 21 juli 1947 in Londen geboren als zoon van een Griekse vader (een restauranthouder) en een Zweedse moeder. In ’66 maakt hij een instant-carrière bij platenfirma Decca en zingt de ene hit na de andere: I Love My Dog, Matthew And Son, I’m Gonna Get Me A Gun en A Bad Night, compleet met meestal overbodig klinkende violen en blazers. Aan die hectische loopbaan komt in ’68 een plotseling einde als Cat Stevens met tuberculose en één volledig lamgelegde long in het sanatorium terechtkomt. De twee jaar later onopvallend spelende, langs de kleine folkclubs trekkende, introverte zanger is een geheel ander mens dan de pop-artiest die vóór ’68 zijn hits zong. Cat Stevens’ repertoire heeft een even grote metamorfose ondergaan. In ’70 speelt Stevens in het voorprogramma van Traffic als die groep een Amerikaanse tournee maakt. Hij oogst daar meer succes dan het hoofdprogramma. De albums die hij gaat maken, worden zonder uitzondering met goud bekroond. Ze bevatten alle vederlichte, dromerige songs, waarin de zanger zich door exotische instrumenten als de balalaika laat begeleiden en soms zelf hele coupletten in het Grieks zingt. Cat Stevens is een knap tekstdichter en weet als een van de weinigen teksten te schrijven waarin door middel van een rechtstreeks, bijna journalistiek taalgebruik toch een poëtisch effect verkregen wordt. Stevens zingt meermalen over de nachtmerries die hem bestormen: zijn folk-adoptie waarin de ochtend hem uit zijn dromen verlost, Morning Has Broken, wordt een hit. Rolling Stone noemt zijn flirt met de elektronika, op "FOREIGNER", ‘het verlies van zijn jeugd’. Hij keert na dit uitstapje snel terug tot zijn vroegere uitgangspunten. Cat Stevens is vegetariër en interesseert zich bijzonder voor oosterse godsdiensten en filosofieën. Na "FOREIGNER" vindt er geen belangrijke muzikale ontwikkeling meer plaats. Toch blijft hij met name in Nederland zeer populair en scoort regelmatig hits: Lady D’Arbanville (zijn comeback-hit in ’70), Tuesday’s Dead (’77), Father And Son (’71), het reeds genoemde Morning Has Broken (’72), Sam Cookes Another Saturdaynight (’74) en Banapple Gas (’76). Daarna nemen ook zijn activiteiten op het 33-toeren terrein af. In ’81 komt het bericht dat Stevens, die al enige tijd mohammedaan is, zich uit de rockbusiness heeft teruggetrokken om zich als Yusuf Islam geheel aan zijn geloof te wijden: in Londen leidt hij een lagere school op islamitische grondslag. In ’84 verschijnt "FOOTSTEPS IN THE DARK", een door Stevens zelf samengestelde dwarsdoorsnede van zijn repertoire. In ’86 maakt hij plannen bekend om een nieuw nummer op te nemen, zijn eerste sinds zijn bekering in ’77, als humanitaire hulp aan de Afghaanse moslims.