Het
leek erop alsof Beyoncé met haar optreden op Glastonbury 2011 het laatste beetje
scepsis wegnam dat de muziekminnende mensheid over haar had. Op haar nieuwe
album 4, probeert de zangeres met de beste benen sinds Tina Turner dat statement
kracht bij te zetten. De eerste single, Run The World (Girls), geeft een
vertekend beeld van 4. Het nummer, dat gebaseerd is rondom Pon The Floor van
Major Lazer (een nevenproject van danceproducers Diplo en Switch), wekt de
indruk dat het album inhaakt op de huidige houserage in de VS. Het blijkt echter
een slinkse afleidingsmanoeuvre en het nummer staat helemaal achteraan op het
album, bijna gedegradeerd tot een soort bonustrack. In plaats van kille beats en
schelle synthesizers, kiest Beyoncé voor een traditionele, warme R&B-sound.
Beyoncé grijpt terug naar de swingbeat van eind jaren tachtig en begin jaren
negentig op luchtige nummers als Party (met André 3000 van Outkast), Rather Die
Young en Love On Top. Die laatste had ook gezongen kunnen zijn door Shanice.
Inderdaad, die van I Love Your Smile. De diverse langzame en midtempo ballads
(waarvan eentje geschreven door Diane Warren) lijken bewust voorzien van een
gedateerde productie en doen denken aan Mariah Carey en Céline Dion in de eerste
helft van de jaren negentig. Het is één grote pastiche; van de vintagebeats tot
de cleane gitaargeluiden. De weinige uptempo – en tevens de meest eigentijdse –
nummers bewaart Beyoncé tot het eind van de plaat; Countdown (met een sample van
Boyz II Men, nota bene), End Of Time en single Run The World (Girls). Ze heeft
de stem, het haar én de benen, maar het ontbreekt ‘m op dit album aan echt
memorabele hits.