Annie Moscow - Passing trains  (Waardering Muziekwereld)

Annie Moscow - Passing trains

Ik weet niet hoe bekend Annie Moscow bij u is, lezers, maar voor mij was ze, tot een paar weken geleden een compleet onbeschreven blad. Voor deze regels moest ik dus op zoek naar informatie en die leerde mij dat Annie eigenlijk een klassiek geschoolde pianiste is, met roots in New York en delen van haar leven in Philadelphia, Los Angeles en tegenwoordig Arizona. Als songschrijver kon ze materiaal kwijt aan de grote Sarah Vaughan, aan Sister Sledge en op de kinderplaten, die Rounder zo’n twintig jaar geleden uitbracht. Onder eigen naam bracht ze tot voor deze plaat al vier cd’s uit, die aan deze kant van de Oceaan compleet onder de radar bleven. Ik maak me echter sterk dat daar met deze vijfde worp wel verandering in komt, want dit is een hele sterke, doorleefde en eerlijke plaat geworden van een vrouw die het Leven ontmoet heeft en een aantal kelken tot op de bodem geledigd heeft.

Hoe moet je het anders noemen, als je echtgenoot, de man met wie je 26 jaar getrouwd bent, op een dag komt vertellen dat hij al een tijd worstelt met zijn identiteit en dat hij zich meer vrouw voelt dan man? Hoe met je het noemen, als je, als gevolg van die omslag en zijn consequenties, volledig blut geraakt en je jezelf helemaal alleen terugvindt, arm als job en onder de voet gelopen door een echtscheiding, die je zelf niet echt wilde? Dat zijn de gegevens waarmee Annie aan de slag ging voor haar nieuwe plaat en het laat zich raden dat iemand die dergelijke dingen moet verwerken en van zich af moet schrijven, zichzelf ook meer dan een beetje blootgeeft in de songs. Annie wordt daarbij wel heel sterk geholpen door haar stem, die werkelijk ongewoon is en die uitermate dwingend overkomt vanf het eerste moment dat je deze plaat onder de cd-laser schuift.

Bij opener Someone To Walk With Me komt dat al meteen mooi tot uiting: tegen een aan Carole King herinnerende pianobegeleiding beschrijft Annie hoeveel pijn het kan doen, als je zelf alleen bent en eenzaam en je de mensen rond jou arm in arm over straat ziet lopen. Of in What Everybody Else Wants, een nummer waarin ze haar ervaring vertelt over een ontmoeting op een datingsite, waarbij ze wat voorbarig had laten weten dat ze muzikante is en op die manier ten prooi valt aan een kerel, die haar - hij is zelf ook muzikant - overstelpt met raadgevingen voor een bloeiende carrière, terwijl zij alleen maar op zoek was naar iemand die haar graag wilde zien. Vals opgewekte tune, die diepe tristesse verbergt en daardoor serieus binnenkomt. Een dakloze schilder op Washington Square, en diens manier om te overleven met het schilderen van katten, dag na dag, liet haar dan weer inzien dat ook zij het zou kunnen maken, als ze maar een piano en een paar dekens ter beschikking had. Oftewel: hoe elke hopeloos lijkende situatie toch nog een sprankel in zich draagt.

De samenvatting van de hele plaat - negen eigen nummers en een heel mooie remake van The Kinks’ “Lola” lang - gaat eigenlijk over hetzelfde: hoezeer de dingen, die Het Leven voor je in petto heeft, je ook terneerdrukken, er is altijd hoop en je kunt altijd verder, als je dat maar echt wilt. De materiële ontberingen, de eenzaamheid…je kunt het toch de baas, maar op een dag moet je beslissen dat je genoeg gehuild en geweend hebt en moet je jezelf herpakken en weer de hort op gaan, zoals het klinkt in It’s Just Water, waarin de frasering van Annie Lennox om de hoek komt kijken.

Een heel vrolijke plaat is dit dus niet geworden, maar wel eentje die al snel onder je vel kruipt, mede door de productie van wijlen John Jennings, de man achter bijvoorbeeld Mary Chapin Carpenter, die van deze plaat één van zijn laatste studio-belevenissen maakte. De titelsong is in dat verband tekenend: mensen - en de relaties waarin ze zich bevinden - zijn per definitie van voorbijgaande aard en je kunt dus maar beter voorbereid zijn op het vergankelijke ervan en genieten van het mooie dat zich voordoet, zoals in Back Again verteld wordt. Jezelf voor anderen openstellen is het enige juiste antwoord op de neiging, die we allemaal wel eens hebben als het leven ons te moeilijk wordt. Dan kruipen we in onze schulp en laten niemand toe, zoals het in Teflon Man luidt. Uitstellen is geen optie, hoe comfortabel dat soms ook mag lijken: als je Het Leven wil proeven, moet je het nu doen en genieten van elk moment dat je geboden wordt, zie Someday. Maar af en toe terugkijken mag: het helpt je om je bewust te worden of het te blijven, van de positie waarin je vandaag staat. In Sometimes I Think Of You kijkt Annie nog eens om naar de tijd die ze beleefde met de man die letterlijk verdween en niet langer een/haar man was.

Straffe, indringende, eerlijke, maar harde plaat is dit. Ik wens Annie van hieruit het allerbeste toe en wil haar ook bedanken voor de manier waarop ze gevoelens en ervaringen waar we allemaal wel eens mee worstelen, in prachtige songs heeft omgezet. Mooi, pijnlijk mooi.

Auteur: Dani Heyvaert

Bron: www.rootstime.be

 

Gepubliceerd op Muziekwereld: 15 april 2017

Listen tracks

Video

Website

 

 

Terug naar Hoofdindex