Solomon Burke (Philadelphia, 21 maart 1940 - Haarlemmermeer, 10 oktober 2010)

Solomon Burke was een Amerikaans soulzanger. Hij was één van de muzikanten die begin jaren zestig aan de wieg stonden van de soulmuziek.

Alhoewel hij nooit grote pophits heeft gehad, zijn een aantal van zijn nummers uitgegroeid tot klassiekers, die meerdere malen zijn uitgevoerd door andere artiesten. "Everybody Needs Somebody To Love" is hiervan waarschijnlijk de bekendste.

Burke's wortels liggen in de gospel. Hij zingt in een kerkkoor, preekt op jonge leeftijd al in zijn kerk in Philadelphia en presenteert een gospelprogramma op de radio. Tussen 1954 en 1958 neemt hij enkele gospelnummers op voor het label Apollo. In 1960 wordt hij ontdekt door producer Jerry Wexlee en tekent hij een contract bij Atlantic Records. Zijn eerste singles zijn covers van countryliedjes als "Just Out of Reach". Door gospel te mengen met de toen populaire muziekstijl R&B legt hij de basis voor soulmuziek.

Hij heeft in de jaren zestig wel enkele grote R&B-hits, maar weet niet door te breken tot het grotere poppubliek, wat andere soulzangers (Aretha Franklin, Otis Redding, Sam Cooke) wel lukt. Enkele R&B-hits uit die tijd zijn onder andere "Cry To Me", "If You Need Me", "Got To Get You Off My Mind" en "Tonight's The Night". "Everybody Needs Somebody To Love" uit 1964 is mogelijk zijn bekendste nummer: het wordt datzelfde jaar nog gecoverd door de Rolling Stones op één van hun eerste albums, en krijgt ook bekendheid in de versies van Wilson Pickett en The Blues Brothers. In '64 wordt hij ook door een diskjockey uitgeroepen tot de "King of Rock and Soul", een titel die hij nog steeds met trots draagt. In 1969 scoort hij zijn grootste hit met een cover van "Proud Mary" van Creedence Clearwater Revival.

Eind jaren zestig verlaat Burke Atlantic. In de jaren zeventig, tachtig en negentig brengt hij onregelmatig muziekalbums uit. Deze albums worden echter uitsluitend goed ontvangen bij enkele muziekliefhebbers en niet bij het grote publiek. Regelmatig geeft hij dan ook in deze tijd aan de muziekindustrie vaarwel te zeggen. Wel heeft hij in 1986 een kleine hit met "A Change Is Gonna Come", oorspronkelijk van Sam Cooke. Dit nummer wordt ook in Nederland een kleine hit. Ook is hij te zien in de film The Big Easy uit 1987.

In 2002 maakt Solomon Burke een comeback. Andy Kaulkin, de eigenaar van Fat Possum Records, haalt hem over om een album op te nemen met nummers geschreven door enkele bewonderaars. Met het resulterende album Don't Give Up On Me, weet hij een nieuw publiek te bereiken. Enkele van de artiesten die een nummer hebben geschreven voor het album zijn Bob Dylan, Elvis Costello, Tom Waits, Van Morrison, Nick Lowe, Brian Wilson en Dan Penn. Het album is geproduceerd door Joe Henry. Don't Give Up On Me wint een Grammy Award voor beste bluesalbum en wordt door verscheidene muziektijdschriften (onder andere Mojo, OOR, Rolling Stone) beschouwd als één van de beste albums van het jaar. In 2003 treedt Burke op in zowel Pinkpop als North Sea Jazz en neemt hij het nummer "Catch Up To My Step" op met Junkie XL, en in 2004 volgt het duet "Devil In Me", met de Italiaanse zanger Zucchero op diens duetalbum "ZU & Co". Sinds 2005 heeft hij een Nederlandse bassist, Aaldert van Weelden.

In 2006 verbleef Burke een paar dagen in Buddy Millers huis in Nashville om zijn countryalbum Nashville op te nemen, waarop Emmylou Harris, Patty Griffin, Gillian Welch, Patty Loveless en Dolly Parton duetten met hem zingen. Eind 2007 gaf hij tijdens een concert van De Dijk een gastoptreden.

Solomon Burke staat aan het hoofd van een zeer grote familie. Mei 2009 had hij 21 kinderen (14 dochters en 7 zonen), 90 kleinkinderen en 20 achterkleinkinderen. Behalve zanger is hij ook werkzaam als predikant en is hij eigenaar van onder andere een eigen kerk en een keten van begrafenisondernemingen. Burke zingt tevens mee op het nummer "Het Moet En Het Zal", door hem geschreven en vertaald door Huub van der Lubbe van De Dijk op de cd "Brussel", uit 2008. Solon Burke bracht dit jaar zijn nieuwe album Nothing’s Impossible uit. Binnenkort volgt een cd met De Dijk.

Tijdens het laatste optreden in onze streek , op 8 augustus 2010,was al een duidelijk verzwakte Burke te zien. Het gehele optreden tijdens Folkfestival Dranouter bleef hij op een gouden troon zitten. Ook het decor werd aangepast zodat het publiek niet kon zien hoe men hem van het podium haalde.

Op 10 oktober 2010 overleed Burke op Luchthaven Schiphol. Hij was daar vanuit Los Angeles aangekomen voor een optreden op 12 oktober met De Dijk in Paradiso in Amsterdam.

 

Discografie

Originele albums

Essentiële compilaties

 

CD-recensie

Website 

 

Terug naar Hoofdindex

Free counter and web stats